De Ridderschapstraat herbouwd in de 19e eeuw

In 1878 is het terrein van de Willemskazerne in het Ridderschapkwartier vrijgekomen, door de brand van het jaar ervoor. De oneven zijde van de straat is zeer geschikt voor huizen. Voor de Ridderschapstraat worden woningbouwplannen gemaakt.


De bevolking van Utrecht groeit sterk in de 19e eeuw. Tussen 1870 en 1900 van 60.000 naar maar liefst 100.000. Door de agrarische crisis en het vervallen van ambachtelijk thuiswerk trekken veel arbeiders van het platteland naar de stad, hopende op werk. En dat werk is er ook, Nederland is aan haar industriële periode begonnen en in Utrecht zijn de Spoorweg Maatschappijen volop actief. De spoorwegen hebben de stad omstreeks 1870 geheel omsingeld met een ijzeren ring. Daarbinnen zijn Wittevrouwen en Buiten Wittevrouwen de eerste wijken die vanaf het midden van de negentiende eeuw worden volgebouwd. Hier hebben met name verschillende ondernemers kleine arbeidershuisjes in grote aantallen uit de grond gestampt.

Bouwkavels Ridderschapstraat in 1880 te koop
In de Ridderschapstraat en de Wittevrouwenkadeis een gat geslagen door de brand in 1877. Het terrein van de kazerne komt in eigendom bij de gemeente. De gemeente wil op de Ridderschapstraat de woningen terug die ook voor 1829 in de straat stonden. De percelen worden opgedeeld naar groottes die voor de aannemers in de stad te overzien zijn. Bij de verkoop van de percelen wordt opgenomen dat de panden hoog mogen worden, net als de oude kazerne. De te bouwen huizen moeten voldoen aan de eisen van een nieuwe tijd.

Aannemers zijn in die tijd bijna zonder uitzondering familiebedrijven waar de baas een opleiding tot metselaar of timmerman heeft gehad. Zij zijn ook de projectontwikkelaars. Zo rond deze tijd is er nog een nieuwigheid: de gemeente wil vooraf de bouwplannen toetsen. De projectontwikkelaars dienen eerst tekeningen in te dienen.

Bouwtekening van de voorgevel van
Ridderschapstraat 13-15-17 (van rechts naar links)
Bovenstaande tekening is van timmerman Chris Godijn uit 1884, het opleveringsjaar van de panden. Hij heeft de bouwkavel Ridderschapstraat 13-17 gekocht. Godijn houdt nummer 15 in eigendom en gaat het verhuren. De andere huizen verkoopt hij aan de familie Stevenhagen. Stevenhagen verhuurt de woningen, al gaan zij op termijn wel wonen op nummer 17. Naast nummer 17 komt een poort, vroeger was dat de entree naar de kazerne, nu naar de school op de Wittevrouwenkade.

Utrecht ontdekt dat ze als gemeente veel beter kan sturen welke nieuwbouw er komt, door eerst de grond te verwerven en daarna met voorwaarden te verkopen. Bij de verkoop van de percelen Ridderschapstraat geeft ze de volgende restricties mee: de gebouwen mogen niet dieper zijn dan 12 meter, de achtermuur aan het perceel moet 1,8 m hoog zijn en aan de straatzijde mogen geen keldergaten voorkomen. Het tonnenstelsel, voorloper van de riolering, moet toegepast worden. De aannemers merken dat er hoge panden gebouwd moeten worden met meer woningen (what's new). De bouwplannen met boven- en onderhuizen maken op dit terrein 22 nieuwe woningen mogelijk, een verdubbeling ten opzichte van de tijd voor de Willemskazerne.
Bouwtekening van de voorgevel van
Ridderschapstraat 19-21-23 (van rechts naar links)
Bovenstaande bouwplan is van timmerman Nico Daalderop, zoals gerealiseerd in 1883-1884. Daalderop ontwikkelt de door hem gekochte grond van nummer 19-23. Zijn tekentalent is wat minder. Wel heeft hij kennis van de architectuur van die tijd: hij past schijnvensters toe. De ramen op de eerste verdieping zitten er namelijk maar voor de helft in, de rechterzijde zijn schijnvensters, een visuele uitvinding van deze tijd. De deuren zijn dubbel uitgevoerd, voor de beneden- en bovenwoning elk een smalle. Tekenen is niet het vak van Daalderop, bouwen kan hij beter. De woningen worden in werkelijkheid mooier dan op papier (dat is tegenwoordig vaak andersom). Koper van de woningen is de familie Arbous. Na meer dan 130 jaar zijn nazaten van deze familie nog steeds eigenaar van Ridderschapstraat 21 en 23.
Aannemer Daalderop huurt zijn eigen gebouwde nummer 19 (het pand rechts op de tekening boven). Van dat pand heeft hij, niet toevallig, het schijnraam omgezet in een Frans balkon. Dit pand heeft ook als enige een grote benedenwoning met souterrain. Hij heeft zelfs (stiekem?) een kelder gemaakt tot onder het huis van nummer 21. Dit pand is in 1920 door de familie Arbous verkocht en recent in 2014 van eigendom veranderd.
Bouwtekening van de voorgevel van
Ridderschapstraat 25 en 27 (rechts resp. links)
De kavel Ridderschapstraat 25-27 is net zo breed als de andere kavels. Toch wordt het met maar twee brede panden bebouwd in plaats van drie smalle. De panden Ridderschapstraat 25-27 zijn ook beiden voorzien van een souterrain verdieping. Het pand is in 1883-1884 gebouwd door de aannemer van publieke werken Willem Fielens. Door zijn ervaring met ander soorten openbare gebouwen, voor de waterleidingmaatschappijen, gemeentes en scholen e.d., is in dit pand meer de hand van een architect te zien. De 4 beneden- en bovenwoningen zijn van meet af aan voor de verhuur bestemd en dat blijven ze tot in het nieuwe millennium. De panden zijn duidelijk breder, op dezelfde kavel staan twee panden naast elkaar in plaats van drie. In het rechter pand zijn een aantal jaren geleden van de bovenwoning drie appartementen gemaakt. De wens naar grotere woningen is voor dit pand verandert naar de wens voor een kleine woning geheel passend voor de grootte van de huidige huishoudens.

Alle woningen zijn vrij diep, waardoor de voor die tijd kenmerkende alkoof kamer tussen de voor- en achterkamer mogelijk is. Voor de relatief grote gezinnen was het indertijd een extra slaapkamer.

In vergelijking met de in 1877 afgebrande kazerne krijgt de Ridderschapstraat een heel ander aanzien, voor de vierde keer in haar historie, van klooster naar Ridderhuis naar Krijgshuis (kazerne) en nu woningen voor nette mensen, ambtenaar bij het Staats Spoor of onderwijzeres of klerk bij de posterijen, koetsier, rijwielmaker, aannemer e.d.. Naast bovenstaande huizen is ook Ridderschapstraat 5 en 7 herbouwd en de melkwinkel. Het heeft wel even geduurd, van 1877 tot 1884 was het wachten op de nieuwbouw. De nieuwe rollen van de Gemeente, als grondeigenaar en dirigent voor de woningbouw, vragen veel tijd. Dat was toen nog nieuw. Het is ook de tijd van de grote landbouwcrisis. In 1911 zijn de naastliggende panden Ridderschapstraat 29-33 vernieuwd.


.