Herbergier van de “Spruyt van Orange”

Twee huizen tegen de stadswal en de Wittevrouwenpoort, naast de huizen ligt het kerkhof van het Wittevrouwen Convent. Achter het huis loopt nog een stuk erf door langs de stadswal. De huizen staan pal achter de Wittevrouwenpoort.
Naast de Wittevrouwenpoort staat het hoekhuis, 
afgebeeld is een litho uit circa 1850 (HUA 36608)

In 1603 neemt Geertje Staal - van Buuren na het overlijden van haar man een hypotheek op de 2 huizen in de Wittevrouwenstraat. In 1637 worden de panden verkocht aan Carel Sanders. Carel is herbergier en het is waarschijnlijk dat het pand onder zijn leiding een horecabestemming krijgt. In 1670 is Dirk Spruyt eigenaar en de jaren daarna wordt steeds de naam “Spruyt van Orange” gebruikt voor de herberg.

De locatie is slim gekozen. Er zijn altijd gasten die de stad ‘s avond niet meer kunnen verlaten en de herberg aandoen. Verder is het de ontmoetingsplaats voor mensen die net de stad binnenkomen en wachten tot ze verder gaan naar hun afspraken. De concurrentie ligt overigens aan de overkant, de kop van het Lucas Bolwerk is al lange tijd bezet door horeca panden.

Wittevrouwenstraat 42 van herberg naar slijterij
Rechts van het pand heeft altijd een pad gelopen, 'de gemeene weg' langs de wal. De weg liep vanaf dit punt naar het doodlopende straatje aan het Wolvenplein. Bij de uitbreiding van het pand naar achteren buigt ze zelfs wat mee met het pad. Bij de sloop van de wal en de stadsmuren had de weg niet hoeven te verdwijnen. Maar juist op deze locatie is een grote kazerne gebouwd, waarvan een overgebleven gebouw er nog steeds staat.

Zelfs aan het einde van de 18e eeuw blijft de naam ongewijzigd. De omwenteling in ons land door de patriotten heeft dan plaatsgevonden en de afkeer van de Orangisten is groot. “Spruyt van Orange” blijft op het uithangbord staan. In de eerste decennia van de 19e eeuw sneuvelt de naam wel, de functie als herberg halverwege die eeuw. Na de sloop van de laatste verdedigingswerken van Utrecht is het gebeurt met de kroeg. Het heeft andere tapperijen of herbergen lang overleefd. Van 1860 tot de jaren dertig van de 20e eeuw is er een slijterij in gedestilleerde dranken gevestigd. Eerst van de familie Schmitt, vervolgens Jansen en daarna Drinkenburg. Een paar panden verderop is decennialang een wagenmakerij gevestigd, evenals aan de overzijde van de straat. Na de zadelmakerij van Rijk Brouwer blijft het een ambachtelijke functie vervullen, alleen van bont van Chiotakis naar de stoffen van de Gouden Schaar.

Het historische pand is eenvoudig te bezichtigen, sinds enige jaren is het de winkel Nisha.

Wittevrouwenstraat 42, recente foto

.