Binnenstad van Utrecht, het kwartier in cijfers


Hoe groot is het Ridderschapkwartier en hoeveel mensen wonen er. Of, hoe dicht zijn we wel niet op elkaar geplakt? En dat alleen van Wittevrouwenstraat tot en met Wolvenstraat, Plompetorengracht Oost tot en met Wittevrouwenkade, in Utrecht wel te verstaan.



De bevolking van het kwartier is op een rij gezet voor de 19e eeuw en nu. De volkstellingen geven een redelijk betrouwbaar beeld. De kazerne in dit kwartier is in die periode niet meegerekend. De inwonende militairen zouden de cijfers vertekenen, met normale bezetting zijn het tenslotte wel 1.200 manschappen. Eveneens is niet meegerekend de gevangenis, daar wordt gezeten en niet gewoond. In 1860 waren er overigens 117 mannen- en 19 vrouwencellen, in 1876 waren er met de uitbreiding 192 mannencellen.

Het Ridderschapkwartier van Utrecht en de cijfers. Het kadaster geeft inzicht over de bebouwing, het aantal panden en woningen of wooneenheden. Uit het bevolkingsregister volgen de bewoners. De aantallen zijn in de 19e eeuw en nu:
Aantal panden, wooneenheden en bewoners van 1824 tot 2017
Opvallend is de aanvankelijk vlakke lijn in het aantal bewoners tot 1840, daarna begint de bevolking behoorlijk te groeien en het aantal panden en woningen nauwelijks. Dat blijkt ook uit de gezinnen, meer kinderen die ook als ze ouder worden bij Pa en Ma blijven wonen. Vooral voor de meisjes zijn de huwelijksmogelijkheden en een eigen woning moeilijk. De trend van het aantal bewoners per huis is sterk stijgend, van bijna vijf bewoners per huis naar acht in 1880. Het aantal bewoners in het kwartier is in 2017 ongeveer 530, aanzienlijk minder dan de 780 in het jaar 1900. Het aantal panden is gestegen van 100 in 1820 naar 130 in 2017.

Tussen 1880 en 1900 zijn er o.a. woningen bijgekomen aan de Ridderschapstraat ter vervanging van de kazerne en nieuwbouw aan de noordzijde van de Wolvenstraat . In 2005 is het aantal wooneenheden gegroeid door de appartementsblokken van de Wolvenhof. Panden aan de Plompetorengracht zijn daarentegen onttrokken aan de woonfunctie.

Het is in de 20e eeuw dat in eenzelfde pand meer wooneenheden worden gemaakt en door het appartementsrecht soms ook het eigendom ervan. De stijging van het aantal wooneenheden met eigen voordeur komt door de ombouw van diverse grotere panden, te noemen zijn in de Wolvenstraat de Moira en het pand Verwoolde. Opsplitsing van etages boven de winkels in de Wittevrouwenstraat en enkele panden in de Ridderschapstraat is eveneens de verklaring voor de sterke stijging van het aantal wooneenheden bij een gelijk blijvend aantal panden. Veel studentenpanden zijn overigens geen zelfstandige wooneenheden en zijn ook niet zo geteld, dit trekt het aantal bewoners per woning nog aardig op. 

Het huidig aantal bewoners per woning is in het kwartier lager dan in de Stad, 1.9 om 2.4 inwoners om precies te zijn. Het aantal gezinnen met kinderen is onder de maat in het kwartier. In het kwartier is de helft van de 530 bewoners tussen de 18 en 30 jaar. Met thuis wonende kinderen behoort dus een zeer ruime meerderheid van de bevolking tot de jonge generatie tot 30 jaar.

Niet alleen dichte bebouwing: vroeger veel mensen per woning
Meer cijfers: in het kwartier zijn nu ruim 330 wooneenheden met een eigen voordeur. Tussen 1820 en 1900 waren dit er 100 tot 140. Het gebied van het kwartier is niet groter geworden. Het stukje gedempte singel aan de Wittevrouwenkade is onbebouwd gebleven. Het oppervlak van het kwartier is ongeveer 3,3 hectare (dit is gemakkelijk op te meten met Google Earth), het is ruim genomen met de Plompetorengracht en de Wittevrouwenkade.

Het aantal woningen per hectare is uit te rekenen op 30 in 1820 en 42 in 1900 en het zijn nu maar liefst ruim 100 zelfstandige woningen per hectare. In de cijfers van 1820 zijn de cameren meegerekend! Ter vergelijking, in Leidse Rijn (Vinex) is de doelstelling 30 woningen per hectare, met ruime variatie tussen hoogbouw en vrije sector. In gedeelten loopt dit op naar 70 tot 80, in de ruime wijken gaat dit terug tot slechts 4 huizen per hectare! De dichtheid in de binnenstad is dus aanmerkelijk hoger, al geven de singels om ons kwartier wat lucht.

Voor het aantal bewoners geldt een heel ander cijfer, in 1820 zijn er 145 per hectare te vinden, dit loopt op tot 240 per hectare! We zijn nu weer terug naar de ruimte van 1820 met 145 personen per hectare. Kunnen we iets met deze cijfers? Het toont in ieder geval aan dat we op een zeer dicht bevolkt stukje Nederland zitten, de gemiddelde Nederlander zit met 4 personen op een hectare en wij in het kwartier met een zaal vol met 145 buurtbewoners.

Maar de vergelijking schiet iets door, dan kun je ook zeggen dat naast de 4 mensen er 1 koe, 3 varkens en 25 kippen wonen, dat geldt namelijk voor heel Nederland. Die beesten zijn er niet in het kwartier. Dat zijn ook weer cijfers en context, welke gebruik je; of zoals het is: welke komen van pas.

Terug naar het Ridderschapkwartier, of verder naar de bewoners en de leefbaarheid in deze buurt.

.