Van Wittevrouwenpoort tot Commiezenpost: accijns- en wachthuis


De Wittevrouwenpoort fungeert als enige oostelijke toegang naar de stad. Al in 1829 mogen de stadsmuren van Utrecht geslecht worden, maar de toegang tot de stad blijft beschermd. De poort is in 1858 vervangen door een Commiezenpost.

Het Commiezenhuis Wittevrouwenstraat 44 in Google 3-D


De stad Utrecht heeft sinds de 12-de eeuw vier stadspoorten. Ze vervullen een belangrijke functie, naast het weren van vreemden wordt aan de poort belasting geheven op goederen. In de 16-de eeuw realiseert de stad gedurende het bewind van Karel V niet alleen burcht Vredenburg, ook versterkt het de poorten en verstevigt de stadsmuren. De oude Wittevrouwenpoort wordt circa 1648 afgebroken en vervangen door een nieuw exemplaar. Hendrik Aertzoon Struys maakt het ontwerp van de nieuwe toegangspoort in de vorm van een achthoekige toren.

De oude Wittevrouwenpoort circa 1640 (HUA 36583)
Bouwmeester Pieter Post voegt de bekroning toe aan het ontwerp. Pieter Post is bekend als Haags ontwerper van het Huis ten Bosch en tal van stadhuizen. De bekroning bestaat onder meer uit barokke gevelelementen en een koepel. Boven in de koepel komt de klok Odulphus te hangen, in 1554 door Jan Tolhuys gegoten voor indertijd de Sint Salvatorkerk van het kapittel Oud Munster. De klok komt daarmee terug op de plaats waar ze gegoten is, de Wittevrouwenstraat. De stadspoort staat ongeveer 60 graden gedraaid ten opzichte van de weg, om bij een voltreffer de achterliggende huizen te beschermen. De poort heeft als steeds de nuttige functie om de toegang tot de stad te regelen en tol te heffen. In de avond gaat de poort dicht, om pas in de ochtend geopend te worden.

De nieuwe Wittevrouwenpoort vlak voor de afbraak in 1858 (HUA 30871),
helemaal rechts staat een een nog bestaand deel van de Willemskazerne
In de loop van de 19e eeuw knelt de beperkte doorgang voor het toegenomen verkeer. De stad kent al uitbreidingen buiten de singel, langs de Biltse straatweg en Wittevrouwen. De doorgang van de poort staat ook nog eens scheef op de weg, zie bovenstaande inkijk. Kanonskogels van een vijand zijn er nooit geweest en de poort zou ze ook nooit meer tegen kunnen houden. De scheve doorgang is gewoon lastig voor het verkeer. Maar ook vanwege de onderhoudskosten wordt met weinig tegenstand de poort circa 1858 gesloopt. Ter vervanging bouwt de stad een Commiezenpost en een nieuwe brug. De brug is noodzakelijk omdat de poort gedeeltelijk tot in de singel was gebouwd. De nieuwe brug krijgt de naam Wittevrouwenbrug. Die naam was al vergeven, maar de oude Wittevrouwenbrug wordt vanaf die tijd de Driftbrug genoemd.

Een accijnsbriefje op vlees, ondertekend door accijnsmeester Jonxis,
het briefje is gevonden tussen de plankenvloer van zijn toenmalige huis
Belastingen worden nog steeds geheven in de stad. Ook is het wenselijk om toezicht te houden wie zoal de stad wenst te bezoeken of te verlaten. Voor die functies is een nieuw pand nodig: de commiezenpost. Dit wachthuis en Kantoor der Stedelijke Belastingen verschijnt in 1858 naar een ontwerp van de stadsarchitect J. Boll van Buuren. Het dient als douanepost voor het heffen van stedelijke accijnzen. Het wachthuis heeft zowel een functie voor de stedelijke politie als voor de Willemskazerne. Ook de door klokgieter Jan Tolhuys gegoten Odulphus krijgt een nieuwe plaats: in het torentje van het Commiezenhuis. De klok hangt daar nog steeds en klinkt met een automatisch uurwerk elk halfuur bij daglicht. 

Het commiezenhuis, later politiepost met rechts ervan een
zijvleugel van de voormalige Willemskazerne
Al in 1865 verliest het pand de accijnsfunctie. Voor het wachthuis, de  politiepost, is alleen de benedenverdieping nodig. De bovenverdiepingen van het pand worden als woning verhuurd. Tot de politiepost uitbreidt in de jaren 1950 met de bovenverdieping en daarna ook nog het pand van de voormalige Willemskazerne. De politiepost verdwijnt in de jaren 1980, de gemeente gaat het pand verhuren aan advocatenkantoor Burgers en Ran. In het pand doet de indeling nog denken aan al die andere functies, zoals de bovenwoning voor hoogleraren, of het pension voor studenten daarna, het heeft een 'authentieke' indeling. In 2015-2016 is de bovenverdieping geschikt gemaakt als woonhuis, beneden blijft het kantoor. Klok Odulphus is nog steeds eigendom van de stad.

Klok Odulphus uit circa het jaar 1570
Er is meer in de buurt: het pand direct naast de Commiezenpost was lange tijd Herberg “Spruyt van Orange” en heeft de Wittevrouwenpoort ruimschoots overleeft. Tussen dat pand en de Commiezenpost is een doodlopend steegje, vroeger was het de doorgaande weg langs de wal van de stad naar wat nu het Wolvenplein heet. Zo zijn er nog allerlei verborgen aanwijzingen over de oude stad.

.