De Nederlandse Bank en Middenstandsbank

 

Een bankbedrijf betrekt in 1905 Plompetorengracht 1: het Utrechtse agentschap van de Nederlandse Bank. In die tijd houden particulieren er een spaarrekening of effecten- en obligatiedepot.



Het agentschap van de Utrechtse vestiging op Plompetorengracht 1 wordt gerund door mr. Maurits Lodewijk van Goudsoever. De bank huurt  het pand van de vrouw van de eigenaar: mw. Judith Goudoever-van Walré. De familie woont in het riante huis naast de bank op Plompetorengracht 3.


Hiernaast van de Nederlandse Bank de plattegrond van Plompetorengracht 1:

De kamers van de bank, een voormalige woonhuis, zijn praktisch ingedeeld voor de bankfunctie. Het contact met de cliënten kent een huiselijke sfeer. In de kelders staan de kluisjes en kluis.

Boven is een woning voor de conciërge en op nummer 3 de woning van het echtpaar Goudsoever-Walré met de zes kinderen en inwonend personeel. Enkele kinderen gaan een muzikale carrière tegemoet. Het huis heeft een prachtige tuin met koetshuis aan de Ridderschapstraat.

Pas in de loop van de twintigste eeuw wordt de bank centrale kredietverschaffer voor het bankwezen en legt ze regels op over de verhouding tussen uitgezette kredieten en eigen kapitaal aan de banken in het land. Ten tijde van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bewijst De Nederlandse Bank haar rol als centrale bank.

Bankrun op de vestiging van de Nederlandse Bank in 1914, HUA128366

Op 1 augustus 1914 staat een lange rij voor de deur om geld op te halen - de mobilisatie is net afgekondigd. De bank houdt goed stand en behoedt naar eigen zeggen Nederland voor een acute geldcrisis. Ferdinand Arbous, samen met zijn broer eigenaar van Ridderschapstraat 19-23, zal als kassier van de bank een drukke dag hebben gehad. In 1919 verhuist het bankbedrijf van de Plompetorengracht naar Achter St. Pieter 22 naast het Paushuis: de bijnaam van dit pand wordt “de bedstee van de Paus”. Plompetorengracht 1 wordt in 1925 bovenwoning voor de conciërge van Muziekschool Sint Caecilia.

De buurt kende meer bankbedrijven. In de Wittevrouwenstraat zat al voor 1905 een agentschap van de bank Labouchere Oyens en Co’s. Op nummer 5 ontfermt het zich graag over het beheer van vermogens e.d.. In de directe omgeving is daar wat van te vinden.

Na de moeilijke jaren in de eerste wereldoorlog trekt de economie weer aan. De handelsbanken krijgen een stroom van kredietaanvragen uit het bedrijfsleven en doen goede zaken. In Utrecht opent de Algemene Credietvereniging in 1919 een vestiging in de Wittevrouwenstraat. Het heeft het pand van een apotheker op Wittevrouwenstraat 12 aangekocht. Een locatie waar al enige eeuwen een apotheker zijn mediciene praktijken uitoefende. Het pand met bovenwoning is
door de laatste apotheker C.D. Fehrman in 1903 van een nieuwe voorgevel voorzien:

De Nederlandse Middenstandsbank in 1929

In 1927 fuseert de 'Algemeene Bankvereeniging voor den Middenstand voorheen Algemeene Credietvereeniging' met de BOAZ bank, tot die tijd gevestigd op de Plompetorengracht westzijde. In 1927 wordt de vestiging op de Wittevrouwenstraat gesloten. Er vestigt zich een winkel in groenten en fruit. Tot mei 2020 was dit het adres van Elles mode

Op Wittevrouwenstraat 10 staat al sinds 2010 een leegstaande winkel van familie De Groot. Plompetorengracht 1-3 heeft een heel ander bestemming gekregen: onderwijs op hoog niveau.