Villa Plompetorenbrug


Na de sloop in 1835 van de Plompetoren, stadsmuren en aanpalende huizen blijft het terrein braak liggen tot de verkoop tien jaar later aan fabrikant Hoogeveen. Het betreft een lange strook grond van de Plompetorenbrug tot bolwerk Wolvenburg.

Villa Plompetorenbrug circa 1899 
geschilderd door A.E. Grolman (HUA 39443).


C. Hoogeveen is fabrikant in houtazijn en loodwit. Hij woont direct aan het begin van de Asch van Wijckkade bij de voormalige Weerdpoort, een pand dat hij na afbraak van de stadsmuren in 1834 heeft laten bouwen. Dat woonhuis met pakhuis en stallen is deel van het familiebedrijf, de loodwitfabriek Cornelis Hoogeveen en Compagnie. Het bedrijf heeft de naam van zijn overleden oom. In 1845 koopt Hoogeveen van de stad de gehele strook grond van de Plompetorenbrug tot bolwerk Wolvenburg inclusief de oude stadstoren Vos. De stadsmuren en Plompetoren zijn gesloopt, toren Vos is blijven staan. Bij de Plompetorenbrug realiseert hij een woonhuis voor zijn gezin, een villa op voldoende afstand van het bedrijf buiten de Bemuurde Weerd (het huidige Lauwerecht) en zijn oude huis met pakhuis. Toren Vos staat in de ruime tuin. Een afbeelding van villa Plompetorenbrug is op verschillende foto's (onder), tekeningen en een schilderij (boven) bewaard gebleven.

Tekening van de villa door A.E. Grolman in 1888
Slechts acht jaar later in 1853  komt villa Plompetorenbrug in handen van mr. G.C. Wttewaal, heer van Stoetwegen en zijn vrouw A.C. Wttewaal-van Dam van Isselt. Zij mogen zich jonkheer en jonkvrouw noemen. Hoogeveen heeft alweer een nieuw pand gebouwd, verderop aan de Wolvenstraat. Wttewaal is in 1780 in Utrecht geboren en zijn vader was één van de notabelen van de stad. Na zijn werkzame leven als agent van de Algemene Rijkskassier (de schatkist) in Zwolle is het echtpaar teruggegaan naar Utrecht. In 1863 komt jonkheer Wttewaal van Stoetwegen te overlijden, zijn vrouw al vier jaar daarvoor.

In 1864 erft de oudste zoon het huis, jonker Ferdinand Wttewaal van Stoetwegen is luitenant kolonel van de veldartillerie te Amersfoort. Hij is dan getrouwd met zijn derde vrouw, de veel jongere Jacqueline Caroline Johanna Godin de Pesters. Zij erft het huis in 1868, ze is met 29 jaar nog jong en moeder van zijn enige dochter. Het huis is verhuurd aan o.a. mr. J.K. de Wil, oud Indisch ambtenaar. Vier jaar later wordt het verkocht.

Villa Plompetorenbrug circa 1904
Nieuwe eigenaar, of beter gezegd eigenaresse is in 1872 de 35-jarige jonkvrouw Agatha Henriëtte Charlotte Maria Gillot, nog maar net weduwe geworden van J.P.C. van Reede tot ter Aa. Zij woont tot dat moment in Loenen. Ze verhuist met haar huishouding, de 17 en 12 jarige dochters en de dienstmaagden naar villa Plompetorenbrug. Het pand is in deze tijd vernummerd naar het adres Plompetorengracht 33-35. Douariere Van Reede tot ter Aa-Gillot overlijdt in 1905 in Scheveningen. De villa wordt verkocht.

Timmerman/aannemer Egbertus van Schaick koopt het pand met de zeer ruime tuin inclusief toren Vos in 1906. Hij verkoopt het door aan vakgenoot Jan Jurriaan Lambeek. Lambeek is architect/aannemer en komt aan zijn opdrachten op een wijze zoals veel aannemers dit doen: projectontwikkeling. De tuin in de Wolvenstraat wordt in drie percelen verkocht. De locatie Plompetorenbrug gaat Lambeek zelf bebouwen. Ze is zeer geschikt als woonlocatie voor luxere woningen. De oude villa is versleten en wordt gesloopt. Lambeek bouwt een rijtje van drie grote woningen, geschikt als woon- en werkhuis. Nu staat op deze plek het oude kantoorgebouw van verzekeringsbedrijf Moira. De drie woningen zijn na veel verbouwingen de basis van het Moira-pand, Moira heeft onder anderen de gevel vernieuwd.

.