De Universiteit en het kwartier

Aan de Plompetorengracht is een bijzonder instituut gevestigd in het gebouw “Atlanta” van de in 1931 geliquideerde BOAZ bank: het Sonologisch Instituut voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. De band “Smyle neemt er tussen 1971 en 1974 plaatjes op.
Op de foto de avant-gardistische band “Smyle” met Jaap Eggermont. Voor de foto is een zonnige plek op de stoep van Plompetorengracht 9 uitgezocht.


Het Instituut is voorloper in het gebruik van elektronica en computers in de muziek. Het is dan de enige plaats ter wereld met onderwijs in "experimentele" muziek, met behulp van de eerste computers. De voorloper van de synthesizer heeft een hele apparatenbende nodig en deze is verkregen van Philips.

Lange tijd is de Universiteit dicht bij het Ridderschapkwartier gevestigd, zoals de bibliotheek aan de overzijde van de Wittevrouwenstraat en aan de Drift. Uiteraard zijn er al langer studenten op kamers. Ook de wetenschappelijk staf weet het kwartier als woonadres te vinden.

T. Driesbergen Schubart woont rond 1840 korte tijd op Wittevrouwenstraat 8. Driesbergen Schubart is verbonden aan de Rijksveeartsenijschool. Hij woont er met zijn gezin met 7 kinderen en een dienstmeid. In de beginperiode van deze opleiding komt hij met zijn kennis over dierziekten uit Duitsland over. Hij is overigens patholoog anatoom met specialisatie in paarden.

Professor in het recht J. de Louter (1847-1932) neemt in 1887 de woning over van de familie van oud-fabrikant Hoogeveen ter hoogte van Wolvenstraat 50-80. Wonend aan de rand van de singel heeft hij er alle ruimte en dat bevalt. In 1879 is De Louter benoemd tot hoogleraar in Utrecht. Hij staat bekend als koloniaal deskundige. De Louter is gespecialiseerd in het staats- en administratief recht van Nederlands-Indië.
j. de louter (1847-1932) utrecht
Prof. Jan de Louter in 1917
uit de fotocollectie van het
Universiteitsmuseum Utrecht
en afgebeeld in het boek
‘Rechtsgeleerd Utrecht’.
Lid van de gemeenteraad is hij tussen 1887 en 1907. In die periode heeft hij overigens een jaar privéles gegeven aan prinses Wilhelmina voor haar troonsbestijging. Over de gemeentelijke bemoeienissen in onze buurt heeft hij direct en indirect zicht gehad en er zijn blik op geworpen. “De vrees voor het socialisme” maakt hem conservatiever, overigens met een overduidelijk standpunt over de vrouw: zij heeft evenveel recht op een eigen zelfstandig inkomen als een man, en dat begin 20e eeuw! Het huis aan de Wolvenstraat verkoopt hij in 1904.

De eerste locatie van de Rijksuniversiteit in het kwartier is in 1909 het Geografisch Instituut op Plompetorengracht 11. Het ook wel bekend onder de naam Aardrijkskundig Instituut. Het staat onder leiding de professoren Oestreich & Niermeijer. Tussen die twee heeft het nooit geboterd. De hoogleraren hebben elk hun eigen leerstoel in respectievelijk de fysische en sociale geografie. Utrecht had de nabijheid van het KNMI, de directeur aldaar geeft de colleges in meteorologie, klimatologie en oceanografie. Medewerkster van Oestreich is doctor J.B.L. Hol, haar moeder heeft het huis van De Louter gekocht en zij woont daar nog steeds. Hol volgt Oestrich in 1946 op en is één der weinige vrouwelijke professoren van die tijd.

Plompetorengracht 11 is een groot pand. De kamer in het achterhuis was uitgebreid met een kleine ruimte voor projectieapparatuur. Met het scherm in de grote kamer werden fotobeelden en vroege filmbeelden vertoond van de wereldse expedities. Het pand is gehuurd. In 1929 verkoopt de eigenaar het pand aan HBS De Munnik. Het instituut verhuist naar de Drift.

Een andere episode is in 1919 de koop van de panden Plompetorengracht 19 en 21. De Universiteit koopt de panden, een transactie op naam van de Curatoren van de Universiteit. Er zijn plannen voor het Geografisch Instituut op dit adres, maar die gaan niet door. Er breekt een rel uit in politiek Den Haag: de Universiteit mag zelf geen onroerend goed kopen! De heren Curatoren worden op het matje geroepen. De overheid neemt de panden over en geeft ze een bestemming voor de Raad van Arbeid.

De Universiteit verlaat het kwartier en komt in 1968 terug op Plompetorengracht nummer 9, 11 en 13 en andere panden in de Molenstraat. De Universiteit koopt de panden van de verhuisde HBS De Munnik. Woonpanden van voormalige universitaire bestuurders worden omgebouwd tot universitaire werkruimten: Plompetorengracht 11 was van 1808 tot 1854 de woonstek van Johan Swellengrebel, curator aan de toenmalige Hogeschool van Utrecht. In 1876 is die functie overgenomen door zijn kleinzoon Willem Jan Royaards van den Ham, woonadres Plompetorengracht 9. Hij is dan lid van het College van Curatoren van de Utrechtse universiteit en vanaf 1888 President tot zijn overlijden in 1897.

De Universiteit brengt in 1968 in Plompetorengracht 9 en 11 een bijzondere mix van activiteiten onder. Gevestigd zijn er afdelingen van de bibliotheek: de opslagruimte is bijna 600 m2, een bescheiden 5% van het bibliotheekbezit. Medewerkers vinden er een rustige werklocatie en de Nederlandse Vereniging voor Bibliothecarissen vindt er onderdak. Voor opslagdoeleinden is aan de Molenstraat 21 / Ridderschapstraat 41 een voormalig pakhuis/remise gehuurd. Niet zonder problemen overigens als er loslopend ongedierte moet wordt bestreden.

De Universiteit houdt wel van deze beestjes: opgeprikt en gecatalogiseerd
Een aantal vertrekken aan de Plompetorengracht en een oude gymzaal is geschikt om er de collectie Zoölogie op te slaan en als museum open te stellen. De zoölogische verzameling is mede opgebouwd door professor Van Lith de Jeude. De totale verzameling omvat zo’n 10.000 objecten, met opgezette dieren en skeletten, en een zogenaamde alcoholcollectie, de potten met beestjes etc. op sterk water. Niet te vergeten zijn de tientallen dozen met kleine insecten, dag- en nachtvlinders, rupsen en kevers etc., zie bovenstaande foto van Matthieu van Rooij.

Anatomisch materiaal van Bleuland
Aan de Plompetorengracht staat in de oude gymzaal de beroemde kast van Bleuland met zijn vroeg-19e eeuwse anatomische preparaten. Het formaat van de kast is maar liefst 4,5 x 17 meter en paste in de oude gymzaal.
Bleuland was een specialist in het prepareren van anatomisch materiaal, geschikt voor demonstratie bij medische opleidingen.


kast van bleuland plompetorengracht 9 utrecht
De beroemde kast van Bleuland
De verzameling Bleuland is in 1815 aangekocht voor maar liefst f 25.000,- en door Koning Willem I geschonken aan de Universiteit. De kast staat nu in het Universiteits-museum aan de Lange Nieuwstraat, een bezoekje waard.

En dan, in 2002 vindt een zeer plotselinge ontruiming van alle gebouwen plaats! Een gebouweninspectie wijst uit dat de panden aan de Plompetorengracht zeer brandgevaarlijk zijn. Nu is er nog in geen vierhonderd jaar een brand geweest, maar na een dergelijk onderzoek wil niemand meer de verantwoordelijkheid nemen voor deze risicopanden. Exit Universiteit in het kwartier.

Terug naar het begin van de Universiteit in ons kwartier:
Studenten op kamers, dat neemt in de 19e eeuw geleidelijk aan toe, maar dat gaat sterk groeien na de jaren 1960. In 1820 woont alleen nog maar de 18-jarige student Johannes van Manen in het kwartier op Wittevrouwenstraat 38. In 1840 zijn er al zes studenten op kamers bij een hospita, allen in de Wittevrouwenstraat: de broertjes Kieft op nummer 28 en de jongens uit Ameide, Jan van Tienhoven en Johan van der Poel. Kampenaren zijn er ook, Hendrik van Ingen en Frederik Rambonnel bij Van de Voren op Wittevrouwenstraat 42. Aan het eind van de 19e eeuw hospiteren er zeker 10 studenten bij gezinnen of hospita's in de Wittevrouwenstraat. Dit groeit door tot tientallen kamers voor studenten, verspreid over het kwartier kunnen ze allen zonder hospita! In recente jaren is er overigens wel sprake van verbouw van studentenkamers naar 'appartementen' voor starters, een kamer inclusief eigen keuken en sanitair en een fors prijskaartje.

Het zomerzwembad (als het een beetje zomer is!) van Ridderschapstraat 17 was enkele jaren een attractie.

.