Ridderschapstraat 1-3: adres voor fietsfabriek Immink

In 1813 wordt een op een fiets lijkend voertuig uitgevonden in Duitsland: de loopfiets. Nu zijn het de kleinsten onder ons die zo leren om het evenwicht te bewaren en zich te verplaatsen op wielen. In 1855 is er het eerste exemplaar met trappers, gemaakt door Bingham in Engeland, de eerste vélocipède:



Het fietsen is in die tijd alleen weggelegd voor stevige knapen die een zweetdruppeltje niet erg vinden voor de spannende op- en afstap en de inspanning. De overgang naar de fiets zoals wij die kennen heeft een ketting met tandwielen en trapas nodig. Fietsfabriek Fongers in Groningen gaat ze al vlot na 1870 maken. Comfortabel is het bepaald niet: elk hobbeltje voel je en de moderne kei-wegen hebben er veel. Fietsers zijn een gevaar op de weg: remmen gaat niet al te gemakkelijk en dat is lastig in de straten van Utrecht met veel wandelaars en handkarren. Er zijn dagelijks kleine ongevallen te melden.
Aanplakbiljet bezoek José Ariso te Utrecht
Het comfort neemt toe als de Ierse veearts Dunlop in 1888 de luchtband van rubber uitvindt. Vervolgens wordt de fiets immens populair door landelijke en lokale fietsfabrieken, fietsscholen, fietsenmakers en smeden, de doorbraak van de fiets. Deze jongeman fietst apetrots op zijn door een lokale dorpssmid gemaakte nieuwe fiets:

Jongeman met door smid gemaakte fiets
Fietsen is aanvankelijk alleen weggelegd voor de gegoede burgerij, zij kunnen zich de aanschaf veroorloven. Deze hogere klassen gaan onbeschaamd op de fiets. Met fietsscholen wordt het makkelijker gemaakt om het onder de knie te krijgen voor mannen en vrouwen.

Op Wittevrouwenstraat 5 begint Anton Immink rond 1899 een rijwielen magazijn voor verkoop en reparatie. Protesten van de buren kunnen zijn komst niet verhinderen. Immink is een soort Willie Wortel en breidt zijn zaak uit met een metaalklopperij. Hij gaat steeds meer onderdelen zelf maken. Dat vinden de buren,  de Militaire Rechtbank, niet leuk. Door succesvolle protesten wordt de zaak in 1904 verplaatst naar de overzijde Ridderschapstraat 1-3, hoek Wittevrouwenstraat.

In 1904 begint Immink op deze plaats een werkplaats voor fietsen, fiets- en auto-onderdelen, inclusief het vernikkelen en verchromen. Immink is eigenaar van De Favoriet fietsen en woont sinds maart 1904 boven de winkel. Ridderschapstraat 3 wordt in 1907 herbouwd als werkplaats met een grofsmederij en kamers voor het vernikkelen en verchromen. De nieuwe locatie geeft ruimte voor uitbreiding van de activiteiten.
In de smederij en werkplaats worden gaandeweg ook koetswerken en carrosserieën voor auto’s gemaakt. Ridderschapstraat 1 wordt vernieuwd. Het pand uit 1709 met de karakteristieke klokgevel wordt gesloopt. Het huidige hoekpand verrijst in 1911. Het heeft ruimte voor een kleine showroom voor fietsen en onderdelen voor fietsen en automobielen, een extra werkplaats, magazijnen en een bovenwoning. Eigen assemblage vindt plaats, maar ook verkoop van andere automobielen, zoals onderstaande:

Overland uit 1917 Model 90 Touring
Uit Amerika worden automobielen van het merk Overland geïmporteerd. Het model 90 Touring uit 1917 is in twee types te verkrijgen: de 5-persoons met 4 cilinder motor voor f 5.550 en het 7-persoons type met 6 cilinder motor voor f 5.850. Voor dat geld kunnen overigens in die tijd ook woningen in deze buurt gekocht worden. De Overland is een grote concurrent van en vergelijkbaar met de T - Ford.

Immink heeft in 1917 zijn bedrijf overgedaan aan Nico de Bordes, handelend onder de naam “Garage voorheen Anton G. Immink”. De zaak gaat volledig over op de verkoop en verhuur van auto's. In 1920 breidt hij uit met het pand Wittevrouwenstraat 26 naast de showroom. De naam wijzigt in N.V. Utrechtse Auto-Garage v.h. Anton G. Immink, ook handelend onder de naam Hollandse Import en Export Maatschappij “Gestor". In het bovenhuis woont het gezin van J.H. Henneveld, chef garage. De zaak breidt nog uit met het koetshuis Ridderschapstraat 4 en gaat over op de verkoop van auto's van het merk Fiat, maar gaat in 1932 failliet.

De overgang van fietsen naar automobielen herhaald zich als de familie Ton in 1926 op Wittevrouwenstraat 26 begint met een fietsenzaak en uiteindelijk ook volledig op auto’s overgaat, inclusief het adres Ridderschapstraat 1, 3 en 5. Het is overigens de tijd dat er meer fabrikanten van fietsen of onderdelen in een bedrijfslocatie in het centrum van de stad te vinden zijn, zoals de fabriek van Hopti in de Wolvenstraat.

.