Fabriek wordt dansschool


In de periode 1900-1915 trekken de mensen uit het centrum van Utrecht en vestigen zich er bedrijven. Op de Wolvenstraat is een grote villa met tuin als bouwgrond vrij gekomen. Een aantal bedrijfspanden met bovenwoningen worden gebouwd, zoals Wolvenstraat 18-36



Lokaal aannemer Floris Yperlaan bouwt voor eigen rekening aan de Wolvenstraat een fabrieksruimte, in 1910 is het verhuurt aan de Nederlandse Instrumentenfabriek. Het pand aan de Wolvenstraat heeft een groot stuk grond tot de singel. Op het dak is als het ware een twee-onder-een-kapwoning getild met een balkon aan de voor- en achterzijde:

Op de doorsnede van het pand is rechts de Wolvenstraat en links de singel.
Het afgraven van de oever voor het funderen op de vaste zandlaag
is indertijd mooi weergegeven op de bouwtekening.
In 1910 huurt de Nederlandse Instrumenten Fabriek het pand, directeur is de heer Dr. N.G. van Huffel en zijn assistent S. Wouda. Vanaf 1913 gaat het bedrijf door als NIEAF, Nederlandse Instrumenten en Elektrische Apparaten Fabriek, directeur S. Wouda. NIEAF produceert paneelmeters, omvormers en draagbare meetinstrumenten voor elektrische installaties in de Nederlandse industrie. Op de fabrieksoppervlakte van 900 m2 werken circa 20 medewerkers. In deze beginperiode van de elektriciteit ontwikkelt NIEAF zich stormachtig. In 1914 sluit het bedrijf af met een brutowinst van f 1.795,50 op een geplaatst kapitaal van f 14.500. De fabriek is in 1915 uitgebreid naar de singel. Een bijzonder product brengt het onder de naam NV Van der Hoorn en Wouda op de markt: elektrische afmijntoestellen voor veilingen.

De Eerste Wereldoorlog veroorzaakt eerst nadeel, maar in 1916 zwellen de opdrachten aan, o.a. van de marine voor haar onderzeeboten en torpedoboten. Ook de fabrikanten van automobielen en van vliegtuigen vragen naar NIEAF meters. De fabriek groeit uit haar jasje en verhuist onder de directie van S. Wouda naar de Jutfaseweg en bestaat in gefuseerde vorm nog steeds als NIEAF-SMITT B.V. op inmiddels weer een ander adres in Utrecht.

Hopmi maakte een succesvol
product: het Hopmi klokslot
Het pand huisvest vervolgens de fabriek van Hopmi, slechts drie jaren. De geschiedenis van Hopmi begint met Klaas de Vries Cz. uit Zaandam. Hij vestigt zich in 1911 met zijn vrouw en zijn vier zonen en twee dochters in Utrecht. De volgende vijf jaar schrijft hij drie verhuizingen en twee faillissementen op zijn naam. In juni 1916 vraagt hij octrooi aan voor een rijwielslot in de vorm van een cijferslot. In 1917 rondt hij de ontwikkeling daarvan af. Hopmi wordt opgericht, voluit de Hollandse Patent Metaalindustrie. Het is een van de eerste deugdelijke fietssloten in Nederland. Aan het einde van de eerste wereldoorlog is er extra behoefte aan. Vanwege de bandenschaarste is het stelen van een fiets alleen al voor de banden lonend.

Met de fabriek gaat het nog niet vlot, De Vries senior gaat in 1918 failliet. Toch koopt in 1918 de 26 jarige zoon Cornelis de Vries het fabriekspand in de Wolvenstraat. De Vries jr. heeft veel succes met het cijferslot voor fietsen. Het bedrijf verhuist na drie jaren door een sterke toename van het werk naar een gebouw in wijk C. Ze gaat daar een goede toekomst tegemoet, het Nederlandse Volksbuurt Museum in Wijk C heeft over Hopmi een tentoonstelling georganiseerd in 2010-2011.

In het pand aan de Wolvenstraat zit van 1921 tot 1940 de chemische wasserij en ververij van F.E. Rüegsegger met de winkel aan de Wittevrouwenstraat 22. Onder de link staat meer over de beide vrouwen Rüegsegger.

Wolvenstraat met links Fiscalini en rechts de wasserij - dansschool Zegers
In 1927 begint Cor Zegers in het gymnastieklokaal naast dit bedrijfspand een dansschool, met als grote voorbeeld de ballrooms. Hij koopt dit pand als uitbreiding. Populaire dansvormen zijn de Engelse wals, kwik-step, foxtrot. Zegers is katholiek en zo staat zijn school al snel bekend in het verkokerde Nederland. De dansschool heeft veel succes, dansen bij de school is een populaire locatie voor jongens en meisjes om elkaar te ontmoeten, zonder dat ouders er teveel vragen over stellen. Een aantal factoren speelt een rol als de school verhuisd. Buurman Moira wil het pand graag kopen en voor Zegers zijn er meer mogelijkheden bij een nieuw te bouwen pand aan de Breedstraat. In 1959 is dat zover.

  • Als nabrander iets heel anders, het succes van de fiets: er is een opmerkelijk verschil in aantal fietsers in Nederland en Duitsland. Dat komt niet door de bergen of heuvels in Duitsland, ook in vlakke steden wordt bij de buren sinds jaar en dag veel minder gefietst. Nu schijnt dit historisch te verklaren te zijn. Toen de fiets in opgang kwam, gingen de jonge sportieve mannen met geld in Nederland op de fiets en organiseerde zich in fietsclubs en zo wordt fietsen nuttig en een plezier. Met de fiets hoor je erbij. In Duitsland is er een groter verschil tussen de mensen met geld en zonder. De mensen met geld gaan lang door met het zich laten rijden in een koets en vervolgens het rijden met een automobiel, ze kunnen het zich veroorloven om de fiets over te slaan. De voorbeeldfunctie van de gegoede klasse voor een fiets ontbreekt vrijwel volledig, het wordt daar een armeluis vervoermiddel. Geen aantrekkelijk model om op te volgen! De marketing in vroege tijden heeft in Nederland dus goed gewerkt met mensen met hoed op de fiets, fietsscholen en de daaruit voortkomende voorbeeldfunctie voor alle lagen van de bevolking. Op de fiets hoor je erbij, en dat is nog steeds zo, vandaag de dag zelfs op het klassieke Oma model of met een transportfiets!

.