De tuinmuur van het Wittevrouwenklooster


Oorspronkelijk gebouwd in 1665 heeft het huis Ridderschapstraat 18 een nog ouder deel: de tuinmuur van het Wittevrouwenklooster en een gewelfkelder. De laatste delen van het Wittevrouwenklooster verdwenen in 1829. Alleen deze afscheidingsmuur stond toen al verdekt opgesteld.
Ridderschapstraat 18 Utrecht

Eigenaar van het pand is het UMF (Utrechts Monumenten Fonds), het Fonds heeft het in 1996 gekregen. Het UMF heeft weinig aan het huis hoeven doen, het is nagelaten in prima staat. De buitenkant is geschilderd, en op advies van de bewoner met kleur. Smaken verschillen, maar eindelijk iemand met lef voor kleur op een huis, een bijzondere combinatie is het geworden en het doet recht aan de leeftijd van het pand.

Ridderschapstraat 18 is gebouwd direct na de aanleg van de straat in 1663. De muur van het klooster vormde de scheiding tussen de boomgaard en de huizen aan de Molenstraat. De muur is waarschijnlijk rond 1630 gerealiseerd, in die periode verkocht het Wittevrouwenklooster de kamers achter deze plek. De nieuwe huisjes aan de Molenstraat kregen waarschijnlijk in die tijd een afscheidingsmuur met de boomgaard van het klooster.

Ridderschapstraat 18 is een bijzonder pand. Het is namelijk twee keer weggeven. In 1887 gebeurt het: eigenaar Deuvelingen overlijdt en laat de helft van het eigendom van het pand na aan de familie en de andere helft aan het Sint Andreas Gasthuis. Het Gasthuis is in 1873 geopend als ziekenzaal met chirurgijnse kwaliteiten.
Theodorus Deuvelingen is oppasser bij de stadsgevangenis en heeft zijn leven te danken aan de kwaliteiten van het Gasthuis, en dat is hij niet vergeten. Het Gasthuis kan officieel nog geen eigenaar worden, in die tijd is het geen rechtspersoon, en de tien bestuursleden worden daarom alle tien genoemd in de koopakte. Genoemd met hun voor- en achternaam en hun beroepen, waaronder een koopman, een melkverkoper, koffiehuishouder, spoorwerker, schipper en kruidenier.
Deuvelingen heeft overigens nooit gewoond in het huis, hij verhuurde het. Geboren als zoon van een schoenmaker groeit hij op in de Molenstraat. Zijn ouders wonen op nummer 9. In zijn leven is hij niet alleen oppasser, hij bouwt ook een aardig bezit aan panden op, hij is er huisjesmelker bij. De familie blijft na de gift van het halve eigendom van Ridderschapstraat 18 redelijk bemiddeld achter.

een deel van de tuinmuur met steunberen
De tweede keer is het Mw. Nora Pulle-Starke. Zij laat haar huis na aan het UMF. Zij woonde van 1976 tot 1995 op dit adres. Ze is erg bezorgd over wat er na haar dood met de haar zo dierbare kloostermuur gaat gebeuren. Jarenlang heeft zij zich ingezet als vrijwilliger voor het UDS, het Utrechts documentatiesysteem, een verklarende site voor begrippen uit de wereld van de monumentenzorg, bouwhistorie en cultuurhistorie. UDS is voortgekomen uit het UMF. Het UMF is een kleine beheerder voor monumentale woonpanden in de stad en ziet het als haar doelstelling om er goed op te passen.

Het huis heeft in een periode van bijna 350 jaar 16 verschillende eigenaren gehad, via vererving gaat het vaker in andere handen over. Daarvan hebben 2 eigenaren het dus gekregen. Oorspronkelijk gebouwd in 1665 heeft het Rijksmonument een nog ouder deel, onder het huis is een oudere gewelfkelder te vinden. Het huis is op de plek van een oud tuingebouwtje van het klooster gebouwd. De kelder met tongewelf loopt een stukje door onder het eigendom van nummer 20. Aan de voorzijde van dit gebouwtje was ruimte voor een huis van 5 meter diep en 7 meter breed. Boven de later gedeeltelijk gesloopte en volgestorte kelder is het huis in 1879 uitgebreid.

De nieuwe Ridderschapstraat met de tuinmuur achter
de Molenstraat, ingetekend op een kaart uit 1649
In 1629 wordt Rijer Gosens Hack eigenaar van bestaande huisjes (cameren) van het Wittevrouwenklooster aan de Molenstraat. Hack is timmerman en aannemer en bouwt op het lange perceel in totaal 5 nieuwe huisjes tot de bestaande bebouwing. De oudere bebouwing staat later op de hoek met de in 1663 aangelegde Ridderschapstraat. De tuinmuur tussen Ridderschapstraat 18 en de aan de Molensteeg gelegen huisjes is waarschijnlijk in 1629 als begrenzing tussen de huisjes en de boomgaard van het Wittevrouwenklooster gerealiseerd.

Voor het 70-jarig bestaan van het UMF in november 2013 heeft Ingmar Heytze het boek 'van licht en steen' geschreven. Na een kort Witte Vrouwenlied beschrijft hij het pand. "Het pand is aardig, maar het is de tuinmuur die het 'm doet, dat wist de eigenaresse ook wel toen ze het pand naliet aan het UMF. De kleur van het huis, ...., het lijkt of de Landmacht het onder handen heeft genomen. Het resultaat oogt alsof er een Belgische gevel op een Hollands casco is geplakt".

Nog enkele links: daden van onbaatzuchtigheid zijn in deze buurt niet vreemd. De tuinmuur van het voormalige klooster staat als afscheiding tussen het pand in de nieuwe Ridderschapstraat met panden in de oudere Molenstraat.

.