Grondbezit in de stad - de grote jongens

Verzamelaars van stenen en grondposities: het kwartier heeft er in alle tijden een aantal gehad. In stenen beleggen is nog zo gek niet, ook de stad Utrecht deed (doet) daar in hoge mate aan mee.



Groot grondbezit is van alle tijden. Een van de oudere bewoners van het Ridderschapkwartier is de familie De Milan. De familie De Milan heeft een bank van lening en verzameld onroerend goed: grote huizen aan de Plompetorengracht en veel landgoederen en hofsteden. Dat is in de periode 1625 -1721. Door het bezit te verhuren verkrijg je regelmatige inkomsten. Met grondposities kun je ook gaan ontwikkelen en bouwen.
Een andere verzamelaar van onroerend goed is Royaards van den Ham. Hij koopt panden, voegt ze samen, sloopt en herbouwt en koopt er steeds meer bij. Niet alleen in het Ridderschapkwartier maar ook hofsteden en landgoederen. Dit gebeurt in de periode 1848 - 1911.
Een derde verzamelaar van stenen is de familie Kien. De familie Kien vindt haar bloeiperiode in de 19e eeuw in het kwartier en eindigt als exploitatiemaatschappij in 1919.

Overheidsbezit in het Ridderschapkwartier,
alle gekleurde vlakken, het bezit is in 1983 enorm
Maar de grootste koper, beheerder en verkoper van onroerend goed in het kwartier is: de overheid.

Alle gekleurde vlakken, panden, terreinen, straten zijn in 1983 in publiek bezit. Of de gemeente Utrecht (paars), of de overheid met Domeinen (oranje), nog groter als de gevangenis meegeteld wordt, of de Rijksuniversiteit (geel), de Raad van Arbeid (licht bruin), de Vereniging voor Gereformeerde Scholen (groen): het bezit is enorm.

In het kader van de privatisering wordt in 1992 een groot deel afgestoten. Utrecht draagt de woningen en te verhuren panden over aan Woningbedrijf Utrecht. Dat is opgegaan in Mitros. Veel woningen zijn al doorverkocht aan eigenaar/bewoners. De Rijksuniversiteit verkoopt na vertrek vanwege brand-onveiligheid de panden aan de Plompetorengracht in 2006. De Raad van Arbeid gaat op in de Sociale Verzekeringsbank en is al veel eerder vertrokken. Domeinen verkoopt de voormalige bewaarderwoningen aan het Wolvenplein. Na het vertrek van de scholen aan hetzelfde plein is het terrein, inclusief een deel van het terrein van de voormalige Raad van Arbeid verkocht voor de realisatie van het appartementen- en woningencomplex Wolvenhof.

Ook de publieke spelers lijken ten lange leste van het toneel te zijn verdwenen. Alleen de gevangenis op het Wolvenplein, de school aan de Wittevrouwenkade en de commiezenpost Wittevrouwenstraat zijn nog publiek bezit. De gevangenis Wolvenplein staat op de nominatie om afgestoten te worden. Ook heeft de gemeente een heel bijzonder eigendom: niet alleen de wegen en het water, ook de wegen op de kluizen langs de Plompetorengracht.

De kring is rond, in de 19e eeuw is de overheid en de gemeente zeer aarzelend in het betreden van het particuliere terrein. Rond de millenniumwisseling is een piek bereikt in het afstoten ervan, het privatiseren.

.