In de gevangenis woont ook het personeel

Een gewoon rijtje huizen, ze zouden overal kunnen staan. Dit zijn zes woningen voor bewaarders bij de stadsgevangenis in Utrecht. De gevangenen zitten er in, maar personeel verblijft heel dichtbij.

De gevangenis op het Wolvenplein kent in 1856 slechts zes woningen. Een centraal woongebouw met vier woningen voor de directeuren, adjunct directeur, de portier en twee afzonderlijke bewakerswoningen. In 1870 is er woonruimte voor maar liefst 8 families:  2 bewaarders, een bewaarster met echtgenoot, de directeur van de cellulaire gevangenis, de schrijver van het arresthuis, de portier en de adjunct-directeur. De woning van de adjunct-directeur militair, belast met de bewaking van het militaire deel van de gevangenis, staat op dat moment leeg. De woonruimte van verschillende appartementen is het voorgebouw van de gevangenis.

Ondanks een uitbreiding van de gevangenis in 1877 met 77 nieuwe cellen blijft de woonruimte voor personeel gelijk. De meeste bewaarders wonen buiten het complex. Pas in 1896 komen er meer eigen woningen voor personeel. Het is het jaar waarin het rijtje van 6 nieuwe huizen bij de gevangenis in gebruik worden genomen. Daarna wonen in en nabij het complex veertien gezinnen van bij de strafgevangenis betrokken personeel. Tot dit personeel behoren een bode, 2 brigadiers, zes bewaarders, een bewaarster, de portier, de adjunct directeur, de directeur en de majoor van het militaire deel. Zij wonen deels in bovenstaande woningen en deels in appartementen aan de voorzijde van de gevangenis.
De Wolvin bij de eik van Susanne Willems - gevangenis Wolvenplein

Gedurende de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 is het systeem van eenzame opsluiting in de gevangenis enigszins verzacht. Gevangenen vinden slecht hun plaats in de samenleving, geen woning en geen werk. Met als gevolg een grote kans op herhaling van hun eerdere fouten. De eenzame opsluiting en het gebrek aan sociale contacten en beweging lijkt daaraan mede schuldig te zijn. Een nieuw regiem doet haar intrede: werkzaamheden, vakopleiding, lichamelijk beweging, luchten in grotere ruimten met meer personen en contacten.

Cellen in het souterrain worden verbouwd tot gebruiksruimten voor de activiteiten van gevangenen. De ziekenzaal wordt omgebouwd naar magazijnruimte en ook de luchtcellen aan de lange vleugel wordt magazijnruimte met een dak. Met minder cellen is er wel meer en ander personeel nodig: onderwijzers en vakkundig begeleiders bij het werk. De woningen aan de voorzijde van het complex worden vergroot. Maar het betekent niet dat er meer bij komen. Ook de woningen worden aangepast aan de behoeften van die tijd: per woning komt er naast een kamer een aparte keuken en slaapkamer.

De gevangenis is in 1932 gesloten, wegens gebrek aan veroordeelden. De zes woningen zijn door andere Utrechters bewoond geraakt. Dat veranderde weer in 1939 na de opknapbeurt van de gevangenis en de nieuwe ingebruikname er van. Pas met de privatiseringen in de jaren '80 zijn de zes woningen door Domeinen verkocht, er woonde toen nog een enkele bewaarder. De grootste groep bewoners van de gevangenis zijn de gevangenen. Wie waren dat? Inschrijvingsregisters zijn bewaard gebleven in de archieven. Daarin staat ook opgetekend de beschrijvingen van gevangenen: de kleur van de ogen, de haren en de vorm van de neus. Voordat gevaarlijk geachte gevangenen uit de strafgevangenis ontslag kregen, stelde het ministerie van Justitie signalementen op en liet de vrij te komen gedetineerden fotograferen. Dit zogeheten ‘geheim register van ontslagen gevangenen’ begint in 1882 en loopt door tot 1897. Dit register is te raadplegen op het Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag. ‘Licht’ bestrafte gevangen voor bijvoorbeeld landloperij worden na recidive doorgestuurd naar Veenhuizen, zoals bovenstaande Utrechters in 1896. Hun foto’s komen uit het archief van Veenhuizen.

Willekeurige in Utrecht opgepakte landlopers
in 1896 en doorgestuurd naar Veenhuizen
Iets bijzonders is het volgende: veiligheid en privacy. Qua veiligheid is het wel duidelijk dat het vroeger veel onveiliger was. Elk weekend is het wel ergens raak. Over de politie hoeven we ons ook geen illusies te maken. Ze zijn met weinigen in de 19e eeuw, ze worden slecht betaald en zijn slecht opgeleid. Onderlinge ruzies worden beslecht met de vuist en vetes vinden met een mes een uitweg. Lichte verwondingen waren geen reden voor een proces-verbaal. Pas bij opname in een ziekenhuis werden daders opgepakt en een onderzoek ingesteld. Ook toen kon de oorzaak zelfverdediging zijn waardoor de dader vrijuit ging.

En privacy, als het nodig was wist men elkaar goed te vinden. Tot in de jaren zestig is het volstrekt normaal om volledig met naam, adres, beroep in het adresboek (soort gele gids) van de stad te staan. Ook het personeel van de gevangenis -ik weet je wel te vinden- staat er in. Was men in die tijd veel minder bang? Het doet goed om te lezen dat in de periode 2005 en 2010 het aantal gevangenisstraffen (in heel Nederland) is teruggelopen van 28.000 naar 20.000. Wie maakt zich in deze tijd eigenlijk zorgen over veiligheid? Privacy is met de toegankelijkheid via internet een ander vraagstuk geworden.

Voor wie meer wil weten over de gevangenis Wolvenplein, klik hier. Meer over de geschiedenis van deze hoek van de stad is te vinden op Wolvenburg. Wist u trouwens dat de gevangenis is gebouwd door Boef?

.