Uitbesteden van de was: wasserijen

Chemische wasserijen en stomerijen zijn er al meer dan een eeuw. Tot ver in de 20e eeuw wordt de meeste was gedaan op maandagochtend in de tobbe op straat of door personeel op de achterstraat. Het benodigde hete water kan worden gekocht bij de waterverkopers die met een handkar langs de straat gaan.


Op de foto wordt de was circa 1940 op straat gedaan, een gebruikelijke activiteit in die jaren en vooral op maandag. Het wassen kan ook worden uitbesteed. Wasvrouwen, wasserijen en blekerijen zijn er al sinds jaar en dag. In 1918 wordt een moderne wasserij en ververij geopend in het pand Wittevrouwenstraat 22 met de naam Maison Lachmann en Heitmann. 

Foto Wittevrouwenstraat 22 (links) en 24 in 1974 (HUA 74201)
Drie jaar later wordt deze zaak overgenomen door Friedrich Emil Rüegsegger, hij is in Biel in Zwitserland geboren. Hij was van oorsprong steenhouwer en maakt een overstap naar de chemische wasserij. Zijn zoon Johan Rudolf heeft geleerd voor verver. Ze staan voor het wassen en verven van allerlei goed. Zij kopen het pand op de Wittevrouwenstraat in 1922. In 1937 is de pui van het winkelpand gewijzigd naar wat nog steeds de huidige winkelpui is.

Tekening van de winkelpui voor en na de verbouwing
De winkelpui was tot die tijd nog verbonden met het buurpand op nummer 24. Op het linker plaatje is dit nog te zien. Toch was het al in 1882 dat de panden een verschillende eigenaar kregen en een aparte winkelfunctie. Doel van de verbouwing is ook het scheiden van de entree van de winkel en de bovenwoning. Via het voorportaal zijn beide deuren bereikbaar.
Terug naar de familie Rüegsegger met de wasserij. Zij pakken de zaken wat grootschaliger aan door zelf de was te gaan doen. In 1922 is daarvoor Wolvenstraat 18-32 aangekocht. Het voormalige fabriekspand komt op naam van Rüegsegger en zijn tweede echtgenote M.C. Dijkhoff. Het interieur van de wasserij zag er anders uit dan onderstaande geleende foto, maar kenmerkend van het moderne is de toepassing van een aangedreven draaiwerk en de toepassing van chloorhoudende oplosmiddelen om de was kraakhelder te maken.

Geleende foto van het interieur van de wasserij Van der Kleij & zoon te De Meern
Na het overlijden van vader en zoon Rüegsegger in 1927 wordt de wasserij nog jarenlang voortgezet door de weduwe Dijkhoff tot ze eind jaren dertig er mee ophoudt. Er zijn overigens twee weduwen Dijkhoff, de weduwen Maria Catharina Dijkhoff en Helena Maria Dijkhoff. De zoon Johan Rudolf was in 1925 met de laatste getrouwd. Alhoewel acht jaar ouder dan haar overleden man, is het Helena Maria die er in 1927 alleen voorstaat met de winkel en de wasserij. Zij heeft ook de verbouwing van de winkelpui uitgevoerd die er nog net zo uitziet als de huidige pui van restaurant POMO.

Veel chemische wasserijen werkten met chloorhoudende oplosmiddelen. Vroeger werden niet de goede voorzorgsmaatregelen genomen, waardoor op veel van deze locaties de omgeving of de bodem verontreiniging werd. Bij chemische wasserijen is dat een verontreiniging van organische chloorkoolwaterstoffen. Deze oplosmiddelen zijn biologisch afbreekbaar door in de natuur voorkomende bacteriën, alleen dat duurt verrekte lang. Het pand aan de Wolvenstraat is voorzien van een vloer van beton, er zal weinig in de bodem terecht zijn gekomen. Met de singel achter het pand is het niet moeilijk te raden waar het afvalwater wel naartoe is gegaan. In die tijd was de wasserij ideaal gelegen. Maar ook dat is al weer verrekte lang geleden, de bacteriën zullen hun werk wel gedaan hebben, hopen we dan maar.

In de jaren dertig was er directe concurrentie van chemische wasserij Veltman op Wittevrouwenstraat 28. Het uitbesteden van de was is voor veel huishoudens een enorme verlichting van het takenpakket geweest en heeft het werk van wasvrouwen overgenomen. Pas in de jaren 1960 komen er (half-) automatische wasmachines.

.