Psychotechniek aan de Wittevrouwenkade


Het bureau voor beroepskeuze van de gemeente neemt haar intrek in Wittevrouwenkade 6 te Utrecht, het is 1929. Het is aan de kade waar de geschiedenis van de Nederlandse Stichting voor Psychotechniek begint.
Een foto van Wittevrouwenkade 6 in 2011


Het gebouw was leeg komen te staan door het vertrek van het ‘Museum en school voor Kunstnijverheid’. Het is in 1829 gebouwde pand was tot 1887 onderdeel van de Willemskazerne. Door de eigenaar, de gemeente, wordt het in 1928 verbouwd en van centrale verwarming voorzien. Een groter deel van het gebouw wordt bij het meisjes Lyceum getrokken en een ander deel geeft onderdak aan een tak van toegepaste psychologie die nog sterk in ontwikkeling is.

De net afgestudeerde D.J. van Lennep is de grote motor achter de organisatie die zich specialiseert in geschiktheidsonderzoek en selectievraagstukken, het gemeentelijk bureau voor beroepskeuze. Verder bestaat de staf uit Hendrik van der Vlist, en na een jaar de in klassieke talen gepromoveerde Taco Kuiper. Van Lennep wordt directeur van de al bestaande Nederlandse Stichting voor Psychotechniek en hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht in 1929. In datzelfde jaar verhuist het bureau naar de Wittevrouwenkade in de door het Museum verlaten vertrekken. Het wordt ervaren als een labyrintachtig gebouw met vele gangen, trapjes en kleine en grote kamers.

Wittevrouwenkade 6, de zolder met testopstellingen
De behuizing is even ondoorzichtig als de testmethoden die er worden gebruikt’, aldus een citaat in het boek van Van Strien en Dane “Driekwart eeuw psychotechniek in Nederland: de magie van het testen”. Door gemeentelijke bezuinigingen wordt het Bureau voor Beroepskeuze in 1934 opgeheven. De Stichting voor Psychotechniek zet de werkzaamheden voort. Taco Kuiper ontwikkelt zich als de organisator en acquisiteur voor het bureau tot zijn overlijden in 1945. Fabrieken vinden de weg naar de Stichting om het hoger kader te selecteren, evenals de leerlingen van gegoede burgers aan de diverse Lyceums. In toenemende mate gaan ook middelbare scholen de testen gebruiken als toelatingsexamen om de hoge uitval in het eerste jaar tegen te gaan.
Hendrik van der Vlist wordt actief in de Utrechtse politiek en is van 1946 tot maar liefst 1970 wethouder in de stad namens de PvdA. Lange tijd combineert hij deze functie met zijn werk voor de Stichting. Psychotechniek koopt in 1972 nog een achterliggende woning aan het Wolvenplein. De toegepaste technieken zijn inmiddels een stuk betrouwbaarder. Begin jaren tachtig verhuist de Stichting.

Vele jaren hebben emancipatie organisaties onderdak gehad in het pand. Het is nu het kantooradres van Stichting De Tussenvoorziening. De Tussenvoorziening zet zich in voor (ex) dak- en thuislozen of zij die in een moeilijke (woon) situatie verkeren. Zij regelen de opvang, steun, woonbegeleiding en financiële hulpverlening via diverse adressen en voorzieningen in de stad Utrecht. Of zoals het zelf stelt: ‘De tijd van alleen opvang (bed, bad en brood) is verleden tijd. Het gaat om maatschappelijk herstel bij de cliënt en doorstroom van cliënten naar zelfstandige woonvormen'.

Psychotechniek heeft al die jaren naast het Lyceum voor meisjes gezeten. Het Museum voor Kunstnijverheid bezette voordien de bovenverdiepingen van het gebouw. Aan de andere zijde van het lyceum staat een spiegelbeeld gebouw, beiden van de voormalige Willemskazerne, in dat gebouw zat indertijd een politiepost en nu Singelzicht. Een artikel over het stembureau in het voormalige lyceum en de politiek in deze buurt zit onder de link.

De link naar het boek: Driekwart eeuw psychotechniek in Nederland.

.