Molenstraat: een straat voor de smeden



In de jaren 1840 wonen de smeden Andries Lauteslager en Franciscus Swaters, vader en schoonzoon met hun gezinnen op Molenstraat 4. Franciscus is afkomstig uit België. Het huis op Molenstraat 4 heeft weinig ruimte voor een werkplaats.



Op bovenstaande foto staat het huis Molenstraat 4 dat in 1859 van een nieuwe gevel is voorzien, in die tijd nog in gebruik bij één van de smeden. Zeer veel verschillende soorten ijzerwaren worden door de smeden in de smederijen gemaakt. Van grotere hekwerken, gereedschappen, smeedwerk voor de bouw, de kachelsmid en de hoefsmid natuurlijk.

Een smid heeft niet veel ruimte nodig, voor klein werk kan al met een kleine plaats worden volstaan met daarbij het smidsvuur en natuurlijk de blaasbalg. Een bijzondere smid is Jacobus van Hasselt. Zijn ouders wonen vanaf de jaren 1810 op Molenstraat 16, nu al lang geleden gesloopt. Hij groeit op tussen smeden. Op Molenstraat 12 woont rond 1820 zijn oom Abraham Johannes Wijnands. Dat huis was vergelijkbaar met de bovenstaande afgebeelde Molenstraat 4: er stond indertijd een rijtje van 9 van deze huizen. Het is krap in het huis, Abraham woont er met zijn vrouw en zes kinderen. Abraham heeft allerlei banen gehad, als schoutknecht en werkman, maar nu is hij smid. Hij leert het zijn neef. Jacobus van Hasselt vestigt zich twintig jaar later als zelfstandig vakman. Hij specialiseert zich tot strijkijzermaker, en heeft daarin maar weinig concurrenten in de stad. De strijkijzers zijn van een ijzeren duurzaamheid. Zijn werkplaats is op de hoek Molenstraat 19 en hij woont op Ridderschapstraat 24.

Een strijkijzer uit die tijd is een gesmeed exemplaar dat na opwarming op de kachel gebruikt kan worden. Het is lekker zwaar om niet te snel af te koelen. Een tweede soort heeft ruimte voor een gloeiend kooltje om het afkoelen tegen te gaan.


De familie blijft tot 1882 op het adres op de hoek van de Molenstraat en Ridderschapstraat wonen. De laatste jaren heeft hij zijn vak op moeten geven: de industrialisatie heeft zijn strijkijzers te duur gemaakt. Na hun verhuizing wordt het pand gesloopt voor een winkel met woningen.

Smeden hebben om het ijzer te verhitten een vuur met blaasbalg nodig. De brandstof is van een duurder soort, alleen met steenkool kunnen de hoge temperaturen bereikt worden. In de 19e eeuw is steenkool duur in vergelijking met het veel gebruikte hout en turf. Het trekt in de winter veel kinderen uit de buurt. Voor de warmte gaan ze naar de smid, voor het lawaai en de stank daarentegen niet.

Smederijen zaten niet exclusief in de Molenstraat, ze zijn al eerder te vinden in de Wittevrouwenstraat. In 1556 zit op de locatie van Wittevrouwenstraat 16 smid Cornelis Janss. De grote bloei voor smeden in deze buurt is in de 19e eeuw door de komst van de Willemskazerne. Het is o.a. de kazerne voor de Sapeurs en Mineurs, zij zijn voorlopers van de Genie en bouwen vele forten langs de waterlinie. Veel smeedwerk is nodig, zoals de traliewerken voor de ramen, hang- en sluitwerk voor de deuren, gesmede spijkers en muurankers. Het was toen zo gewoon: het werk van ambachtslieden, en nog eerder molens, in het centrum van de stad. We moeten het nu doen met de ZZP-ers met kantoor aan huis.

Het pand Molenstraat 4 heeft onderdeel uitgemaakt van een rij van negen huisjes. Velen daarvan zijn in 1884 gesloopt voor de bouw van een koetshuis met stallen. Molenstraat 4 is gespaard gebleven, maar nummer 6 ernaast is gesloopt en nieuw gebouwd als huis voor de koetsier.

.