Meedoen aan het bestuur: de kwartiermakers


Wonen in het Ridderschapkwartier is voor de aanzienlijken maar een tijdelijke bezigheid. Het is iets voor de winterperiode, dan stinkt het niet zo in de stad en op de buitenplaatsen is het maar guur en koud. De stad biedt bescherming en de visites zijn op korte afstand af te leggen.



De functies in het openbaar bestuur worden tot de 19e eeuw binnen een kleine elite verdeeld. Het openbaar bestuur kent drie niveaus. De stad wordt bestuurd door de vroedschap, de Provincie door de Staten en het land door de Staten-Generaal. Dat lijkt overzichtelijk. Lid worden van één van de colleges is lastiger. Het is alleen weggelegd voor leden van drie groepen. Een groep wordt gevormd door de kapittels (kerkelijke bestuurders), een groep door de Ridderschap en een groep door de stedelingen.
Om lid te zijn van het Ridderschap hoef je slechts aan drie eisen te voldoen. De eisen zijn namelijk: je moet een Ridderbestaan leiden, van adellijke afkomst zijn en in het bezit zijn van een Ridderhofstad. Daar voldoen maar weinigen aan.
Feesttenten zijn op de Ridderhofsteden
een frequent gewenst beeld
Een Ridderbestaan uit zich in een onbezorgde levensstijl, regelmatig is een feestje of uitspatting nodig, meedoen met het bestuurlijk en ontspannen leven, amicaal, waardig en doortastend zijn etc., dit ter beoordeling van de collega’s.

Kerk en staat zijn tot Napoleon er een einde aan maakt nog één geheel. Het besturen van de kerkelijke eigendommen is tot die tijd tot de publieke functies te rekenen. Kapittels zijn na de reformatie beheerorganisaties geworden van het onroerend goed en overige kerkelijke goederen. De bestuursfunctie wordt kanunnik genoemd. De functie van kanunnik is erg in trek. Er gaat veel geld in om en de kanunniken mogen delen in de opbrengsten. In Utrecht bevindt zich sinds de Middeleeuwen een concentratie van vijf kapittels. Zij bezitten zijn niet alleen landerijen en boerderijen in het Sticht, maar ook ver daarbuiten zoals een groot deel van de provincie Drenthe. Deze kapittels hebben ongeveer 140 kanunniken in het bestuur. De kanunniken leggen na de reformatie verantwoording af aan de Staten. Van deze mannen mogen er 8 gekozen worden tot lid in de Staten van Utrecht. Dat kiezen gebeurt overigens met een sterke invloed van de Stadhouder.

De steden, naast Utrecht ook Amersfoort, Wijk bij Duurstede, Montfoort en Rhenen, vaardigen meestal hun burgemeester af en soms een lid van de vroedschap. Op het stedelijk pluche komen alleen burgers die voldoende belasting betalen. Daarmee zijn de belangrijkste functies in het bestuur wel genoemd, burgemeester, lid van de vroedschap, kanunnik en lid van de Staten.

In deze samenleving is democratische controle maar gering aanwezig. Benoemingen vinden plaats op basis van onderling vertrouwen, afkomst en geboorterecht. Je bent voor het verkrijgen en houden van de posities van elkaar afhankelijk en het netwerk is beperkt. Het veroorzaakt een stapeling van functies of baantjes. En dat is precies wat er gebeurt in de 18e eeuw, dezelfde personen zijn lid van de vroedschap, afgevaardigde in de Staten, kanunnik bij een kapittel en zijn afkomstig uit een adellijke familie of het patriciaat (de rode en blauwe boekjes).

In het Ridderschapkwartier wonen voor 1700 al diverse leden, zoals Hendrik Valckenaer, ridder en burgemeester, Johan van Weede, lid van de Staten, beiden opeenvolgend op Plompetorengracht 5-7, Justus Krieckx in het kapittel van St. Marie op Plompetorengracht 11 en Paulus Heurnius, in de vroedschap en schepenen op Plompetorengracht 19. Op Wittevrouwenstraat 10 heeft Simon Logier als schout van Achttienhoven en Soest een zetel in het kapittel van St. Jan. In de periode van 1700 tot 1800 zijn het bijvoorbeeld Eduard Ram van Schalkwijk, heer van Weerdesteyn in de Ridderschap en later Jan Jacob van Westrenen, ook kanunnik en beide wonend op Plompetorengracht 5-7; Anthony de Leeuw zit in de vroedschap en woont op Plompetorengracht 11.

En zo kunnen de functies aaneen geregen worden, zoals bijvoorbeeld Frederik Borre van Amerongen, heer van Kersbergen en Bergestein: deken van het kapittel van St. Pieter, Lid van de Staten van Utrecht, Landcommandeur van de Duitse Orde, Balije van Utrecht, lid van het College van Geëligeerden in de Staten van Utrecht en een periode waarnemend president van de Staten. En niet onbelangrijk: aangesteld om uit de bezittingen van het Wittevrouwenklooster de aanleg van de Ridderschapstraat mogelijk te maken. Hij woont overigens aan de westzijde van de Plompetorengracht en zijn familie bezit later Wittevrouwenstraat 10 en het koetshuis met stallen Ridderschapstraat 8.

Godard van Reede, 1644-1703
Bovenstaande man verzamelde een hele reeks met zijn vermogen, bekwaamheid en krijgskunsten: Godard van Reede, 1644-1703, Graaf van Athlone, Baron van Rheede en Agrim, vrijheer van Amerongen, heer van Ginkel, Lievendael, Elst, Middachten, Herveld, Rouenburg en Nienburg. Lid van het Ridderschap, de Duitse orde, lid van de Staten van Utrecht. Diverse militaire functies in steeds hogere rangen: ritmeester, majoor-wachtmeester, generaal, kolonel, opperbevelhebber, generaal der cavalerie, voorzitter van de krijgsraad en wordt lid van het Hogerhuis in Engeland, Ridder in de Orde van de Olifant (Denemarken), lid van de Broederschap van Sint Joris te Den Haag, Heemraad (Dijkgraaf) van de Lekdijk Bovendams en dan zijn er vast wel functies vergeten. Indrukwekkend is het wel maar hij is waarschijnlijk de man die ook op zondagen het vlees laat snijden. Zijn opvolgend Graaf van Athlone verwerft in het Ridderschapkwartier de voormalige "Abdij van Wittevrouwen".

De bijzonder functie van kanunnik bij een kapittel is in een ander stukje uitgelegd.

.