Aanleg van de Ridderschapstraat in de 17e eeuw

Utrecht heeft binnen haar stadsmuren gebrek aan ruimte. De Boothstraat en andere locaties zijn al bebouwd. In 1663 valt het besluit, een straat wordt aangelegd, dwars over het terrein van het Wittevrouwenklooster. Maar wie mag er bouwen?



Al sinds de 14e eeuw is het Wittevrouwenklooster gevestigd in de noord-oost hoek van de toenmalige stad. Tijdens de reformatie is het beheer onder de Ridderschap gekomen. Door leegstand van het klooster worden delen al verkocht. Pandjes en grond aan de Molenstraat gaat al rond 1600 van de hand. In 1630 zijn terreinen tegen de achterzijde van Plompetorengracht 3 en 5-7 (toen nog Nieuwe Gracht) ondershands verkocht. De bewoners van deze aanzienlijke panden krijgen bij de aanleg van de Ridderschapstraat een nieuwe ontsluitingsweg. Hun koetshuizen worden er herbouwd, Ridderschapstraat 4 stamt nog uit deze tijd, het kinderdagverblijf is er nu gevestigd.

Het terrein van het Wittevrouwenklooster in 1663-1664
De stad wil al rond 1640 het kloosterterrein bebouwen. Dat wordt tegengehouden door getreuzel van de Ridderschap. Maar in 1663 is het onafwendbaar. Er wordt meegewerkt om een straat door de boomgaard aan te leggen. Het terrein aan weerszijden van die nieuwe straat dient bebouwd te worden. “Het klooster zelf, na zalving der door den brand geslagen wonden, bleef ter oostzijde der Ridderstraat nog voortbestaan, bijna het leven leidend van een melaatsche, wien een na ander zijne leden ontvallen.” De voorhof tot de Wittevrouwenstraat blijft intact.

De aanleg van de straat vindt plaats in 1663/64. Het gebied wordt na veel overleg en een gedegen voorbereiding verkaveld. De Ridderschap voert de verkoop van de bouwkavels uit. Enkele zijn nog voorzien van bebouwing van het klooster. De belangstelling voor de koop van terreinen wordt her en der gepeild. Om de kopers te gerieven bedingt de rentmeester met de stad een 10 jarige vrijstelling van belasting. Binnen de Ridderschap is het uiteraard al geruime tijd bekend dat de verkoop aanstaande is. Men neemt posities in.
De verkoping van de percelen vindt plaats in 1663 en 1664. Van de archieven van het Wittevrouwenklooster is vrijwel niets bewaard gebleven. Wel bewaard gebleven zijn de kasboeken uit deze periode. Daaruit zijn de namen van de kopers en de verkoopbedragen te herleiden. De rentmeester van het Convent, Van Ewijck, heeft in het kasboek de transacties vastgelegd. In totaal zijn 10 percelen verkocht. Van een massale toeloop wordt niet gerept. Onbekend is ook of potentiële kopers al de nacht voor de verkoop hun positie hebben ingenomen.

Apotheker Gosines Keetell hoort bij de gelukkigen, hij woont aan de andere zijde van de Plompetorengracht en wil een kruidentuin. Drie kavels gaat naar stadsmetselaar en bouwmeester Christiaan van Vianen. Twee grote percelen gaan naar meester-timmerman Gijsbert Hendrickss Schade, die al een aantal jaren een schuur met huis op het terrein van het Wittevrouwenklooster huurt. Jonker Floris Borre van Amerongen koopt het perceel Ridderschapstraat 8 voor een stal met koetshuis (waar garage U.T.A.M. nu staat), hij heeft zijn huis aan de overzijde van de Wittevrouwenstraat. Drie grote percelen inclusief het oude abdijhuis met stallen en koetshuis aan de wal worden gekocht door jonker Van Reede van Drakensteyn. Ons kent ons in de Ridderschap. Het is het terrein aan de oneven zijde van de Ridderschapstraat van de huidige nummers 9 tot en met 15.

Daarna volgen 18 maanden met grote bouwactiviteiten. In die korte periode vinden er alleen al aan de westzijde van de Ridderschapstraat zeven transporten plaats van lege erven en nieuw getimmerde huizen. Van de originele huizen resteren alleen Ridderschapstraat 10, 12 en 14 en Ridderschapstraat 18

Prent gedateerd 1756, de tekening is uit 1748.   
Links de singel en rechts de bebouwing langs de wal, HUA 36624
Op deze prent uit 1748 staat toren Hond (zonder de al gesloopte molen) en de Wittevrouwenpoort afgebeeld met rechts de stallen en koetshuizen van het voormalige abdijhuis. Direct rechts van de Wittevrouwenpoort staat het nog steeds bestaande (hogere) pand Wittevrouwenstraat 42.

.