De laatste delen van het klooster Wittevrouwen verdwijnen voor een rijtje van zeven huizen



De Ridderschapstraat is in 1664 aangelegd na het annexeren van de tuinen van het Wittevrouwenklooster. In 1678 is er nog een klein overgebleven deel van de Wittevrouwenkerk (met torentje) en dit wordt in 1679-1680 hersteld. Maar niet voor lang.



Een storm in de oogstmaand van 1709 verwoest de oude kloosterkerk en de puinhopen bedekken het kerkhof, grenzend aan de Wittevrouwenstraat. Een zekere Justus van den Bosch, timmerman en burger van de stad Utrecht heeft bij het bestuur van de stad een plan ingediend. Hij verzoekt of hij “in teygendom vergonst mocht worden de grond en opstal van 't bouwvallige Wittevrouwe kerkje met het plein daervoor tot aen de royingh van de Wittevrouwestraat en Ridderschapstraat.

Dik omlijnd het grondgebied van het Wittevrouwenklooster tot 1663
Hij wil daar een in een bouwbestek omschreven plan “seven bequame huysen timmeren, omme tot alle borger neeringe te konnen dienen.” Het plan valt in goede aarde en Justus mag gaan bouwen. Zelfs vrijdom van huis- en haardstedegeld voor de duur van 14 jaar wordt ter stimulering van de projectontwikkeling toegezegd. De gemeente blijkt in die jaren al een onmisbare invloed op de woningbouw te hebben.

Lopend vanuit de Voorstraat zijn na de Ridderschapstraat aan de linkerzijde nog zes van de zeven huizen met gelijkvormige gevels te vinden. Deze panden hebben in 1709 de kloosterkerk en haar kerkhof vervangen. Bij het overlijden van Van den Bosch is de bouw nog niet afgerond. Zijn vrouw vraagt toestemming om een hypotheek van zesduizend gulden te mogen afsluiten om de “timmeringe verder te perfecteren ende nogh onbetaelde materialen en arbeijdsloonen tot voorschreeve werk geemploijeerd daer uijt te voldoen”. Een reconstructie van de complete gevelrij is gemaakt op een tekening door E.M. Kijlstra:

Reconstructie van de zeven klokgevels Ridderschapstraat 1 en Wittevrouwenstraat 26-36
Van den Bosch heeft met behulp van de hypotheken (plechten in die tijd) de huizen voor eigen rekening gebouwd en gaat ze verhuren. De panden geven de mogelijkheid om er een eigen bedrijf in te vestigen, het zijn diepe woningen. Hoekpand 36 heeft een groter achterpand dat achter nummer 34 doorloopt. In de 17e en 18e eeuw wordt er een grutterij met grutmolen gevestigd. Het hoekhuis Ridderschapstraat 1 heeft achter een koetshuis, dit wordt in 1857 gesloopt. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw worden benedenverdiepingen verbouwd tot winkel.

A.C. Thomann heeft in 1932 een foto genomen en daarop staat Wittevrouwenstraat 26 en hoger. Het eerste pand Ridderschapstraat 1 ontbreekt in het rijtje, het is al vervangen, van de panden 34 en 36 zijn de klokgevel kwijt. Bij een brand in 1877 in de grutterij van Pompe zijn ze waarschijnlijk ernstig beschadigd geweest. Garage Ton is zowel op Ridderschapstraat 1 als Wittevrouwenstraat 26 gevestigd.

De 6 gevels Wittevrouwenstraat, foto uit circa 1932  HUA 74203
De Kloostersteeg bestaat nog steeds en biedt toegang tot een werkplaats. Deze laatste is lang in gebruik geweest voor de gruttersmolen van grutterij Pompe en is na herbouw onderdeel geweest van bottelarij Wed. en Gebr. Staffhorst.

Achter vier van de zeven woningen blijven de laatste resten van het klooster overeind staan, in 1738 heeft Arnoldus de Cruyf ze met erf en grond in eigendom. Door een gang of steeg (Kloostersteeg) staat het met de Wittevrouwenstraat in verbinding. In 1824 zijn deze laatste resten weggevaagd voor de bouw van de Willemskazerne en opgenomen in het kazernecomplex, zie het einde.


.