De Wolvenstraat in Utrecht, voor villa's aan de singel

In 1844 zegt de gemeente de pacht op van Wolvenburg. Van der Hoop heeft er als laatste huurder een siertuin aangelegd nadat hij met de lakmoesfabriek is gestopt. De Gemeente heeft andere plannen met het gebied.

Wolvenburg ligt nog met een singel vrij van de oude stadscontouren en is met een poortgebouw en brug bij toren Wolf verbonden met de stad. Dit water verdwijnt en het grotere grondgebied krijgt de huidige contouren. De gemeente koopt het resterende deel van de nog twintig jaar lopende erfpacht af. Een nieuwe bestemming wordt pas in 1852 overeengekomen met het Rijk: de tweede cellulaire gevangenis van het land.

Tekening van Wolvenburg in 1850, het is nog voor
het dempen van het singeltje naar het bolwerk
Toren Vos is ook in gemeentebezit gekomen en de bebouwing wordt tot en met de Plompetoren gesloopt, met uitzondering van een kleine woning bij toren Vos. Het terrein aan de nog Diendersteeg genoemde Wolvenstraat is niet nodig voor de gevangenis en is al eerder verkocht. Cornelis Hoogeveen koopt het hele braakliggende terrein van de Plompetorenbrug tot de geplande gevangenis.

Cornelis is geboren in Utrecht. Cornelis is zoon van de jong overleden notaris Joris Hoogeveen. Hij trouwt in 1820 met de Amersfoortse Cornelia Johanna Lockhorst. Haar vader is boekverkoper en de familie bezit diverse huizen in Amersfoort. Het echtpaar krijgt tussen 1821 en 1843 in totaal 3 zonen en 4 dochters.
In Utrecht staat de loodwitfabriek Hoogeveen en Compagnie van zijn neef. Cornelis komt na het overlijden van zijn neef in dienst bij de fabriek aan de Bemuurde Weerd als directeur. Ze verhuizen daarvoor terug naar de stad Utrecht. Op de Van Asch van Wijckskade 1-4 laat hij in 1835 een huis met magazijnen bouwen. In 1848 wil hij verhuizen zonder bedrijvigheid bij huis.

Na de aankoop van de grond van de oude Plompetoren met nevengebouwen en de grond van de oude toren Vos wordt alles gesloopt. Op de Plompetorenbrug komt een grote villa. Dat moet ongeveer in 1848 zijn geweest. Het echtpaar Hoogeveen is opdrachtgever maar woont er slechts enkele jaren. In 1853 wordt het verkocht aan de Amersfoorder mr. Jonker G.C. Wttewaal, Heer van Stoetwegen. Het overblijvende terrein tot Wolvenburg is groot genoeg voor een tweede vrijstaande woning. Een groot vierkant huis komt op de plek waar nu Wolvenstraat 50-80 staat. Het nieuwe pand heeft een ruime tuin aan de singel en tuin naar de gevangenis.In 1859 heeft J. Bos een tekening gemaakt van het pand vanaf de singel.

Wolvenstraat 50-80, de villa van Hoogeveen, tekening J. Bos
uitgegeven door wed. Herfkens en zn in 1859, HUA135003
In 1864 wordt zijn schoonzoon Schnijvliet als protestants dominee benoemd in Utrecht. Schoonzoon en dochter gaan vanuit Hilversum bij de ouders wonen aan de Wolvenstraat. Het huis lijkt groot genoeg, maar het wordt in 1865 nog uitgebreid met een nevengebouw, een hoge salon met deuren naar de singel. Van het huis is een tekening van de plattegrond overgebleven, de tekening van de eerste verdieping is afgebeeld.

Plattegrond van de oude villa Wolvenplein 50-80 met muziekkamer.
De tekening is gemaakt voor de sloop in 1927.
Het huis heeft na de verbouwing twee delen van elk drie lagen en is op de begane grond voorzien van een vestibule, provisiekamer, ontvangkamer, keuken, salons, studeerkamer en op de zolderverdieping verscheidene slaapkamers. De familie blijft tot circa 1876 wonen in het huis, de ouders zijn in 1874 overleden en het pand is te groot voor een echtpaar. Het huis wordt daarna verhuurd.

In 1887 zijn er nog 4 levende kinderen Hoogeveen, geen van de kinderen heeft nageslacht. Zij verkopen het terrein in drie delen. Het ouderlijk huis blijft nog bestaan tot de sloop in 1927. De laatste bewoners zijn de weduwe Hol-Koene en haar dochter en zoon, de dochter wordt professor dr. L.B.L. Hol.

Op deze locatie is in 1927 de nieuwbouw gerealiseerd van 'grossierderij in dranken en limonadefabriek Verwoolde' met bovenwoningen.

.