De 5 cameren Plompetorengracht - Wolvenstraat, historische bouwwerken

Vijf panden behoren tot de oudste huizen. Ze staan op de hoek van de Plompetorengracht met de Wolvenstraat. In de 16e eeuw is er sprake van 5 cameren in eigendom van Goris Vulder en zijn vrouw Liesbeth, zij verkopen de cameren namelijk in 1565. 
Wolvenstraat 1, 3 en 5

De woningen worden inclusief het achterterrein tot aan de wal verkocht. Dit terrein is intensief in gebruik: er is gevestigd een vulmolen met paarden en een blauwhuis voor het verven van wollen stoffen. In de loop van de 17e eeuw worden die bedrijfsactiviteiten verkocht. Gijs en Petra van Lockhorst zijn in 1752 de eigenaren van het geheel, zowel de 2 woningen aan de Plompetorengracht 29 en 31 als de 3 cameren aan de Wolvenstraat 1, 3 en 5. Nummer 29 wordt daarna grondig verbouwd door timmerman Gijs van Everdingen. De familie van Lockhorst blijft nog lang eigenaar van het buurpand. Op bovenstaande foto zijn de woningen Wolvenstraat weergegeven, op de foto onder de twee panden op de gracht:

Plompetorengracht 29-31 hoek Wolvenstraat
foto GJ Dukker uit 1963 van het RCE
De kleine huizen aan de Wolvenstraat 1, 3 en 5 bestaan van oorsprong uit één bouwlaag en een kap. De kap loopt evenwijdig aan de voorgevel en per huis zijn grote dakkapellen voor de zolderkamer aan de straatzijde. Nu zit er een zogenaamde schijnverdieping uit de 19e eeuw voor een extra zoldertje. Wolvenstraat 3 en 5 hebben nog een plaatsje achter het huis, opgesloten als ze er staan in de oksel van Plompetorengracht 29 en 31. De opbouw van de huizen is origineel met de vloeren van moer- en kinderbalken. Onderstaand een foto uit de jaren '70 van de vorige eeuw en een doorsnede van de huizen:

Wolvenstraat 1 (voorste), 3 en 5 (achterste), 
met doorsnede en plattegrond van de huizen:
De doorsnede is toegevoegd om een voorstelling te maken bij de bewoning van de huizen in de 19e eeuw. In 1820 worden ze nog bewoont door alleenstaanden, alleen op nummer 5 woont Johanna Schouten met twee dochters. Twintig jaar later woont er in elk huis een gezin. Op nummer 1 Piet Vermeulen, zijn vrouw Petra en 2 zonen. Piet heeft als vak visgrommer, hij maakt de vis schoon voor de verkoop, hij ontdoet ze van de “grom”. Voor de buren te hopen dat hij niet teveel werk mee naar huis nam. Op nummer 3 woont kuiper Gerrit van Manen en zijn vrouw Mijntje en op 5 timmerman Johan van Ven met Cornelia en drie dochters.

Nog weer 20 jaar later is er al sprake van een duidelijke toename van de bevolking en een groot woningtekort. De verdieping is aangebracht met het extra zoldertje en dat geeft ruimte. Er wonen in 1860 op nummer 1 al 11 mensen, nummer 3 heeft 8 bewoners en op nummer 5 wonen 5 personen. Per huis zijn er meer gezinnen en wordt boven- en beneden apart gewoond, met op de zolder nog een kostganger! Dat is gelukkig voor een relatief korte periode. De in die tijd gerealiseerde nieuwbouw aan de Diendersteeg en in Buiten Wittevrouwen heeft een merkbaar effect. De huizen worden in 1880 weer door een enkel gezin bewoond, behalve pand nr 5: dit wordt gedeeld door maar liefst 3 gezinnen. In 1900 is dat algemeen, op 1 wonen de gezinnen van schilder Vogt en het gezin van knecht Reys met 2 resp. 4 gezinsleden. In het evenzo kleine pand 3 heeft werkman Staats Spoorwegen Kerkhoven en zijn vrouw en dochter meer ruimte. Op nummer 5 wordt de woning echter gedeeld door de huishoudens van timmerman Vormgever en arbeider Lavoor.

Bezoek de Wolvenstraat en probeer je voor te stellen om met 12 personen in een dergelijk huis te wonen: ook een monumentale prestatie. Of ga terug in de tijd van de vollermolen en het blauwhuis. Geheel eigentijds komt er overigens prachtige zang met theaterwerk tot stand, zie 'Old Powder New Guns'.

.