Autofabriek Immink, fabrikant van het merk Chaumont

Ridderschapstraat 1-3 was tot 1904 een woonhuis met kantoor aan de Wittevrouwenstraat en in de Ridderschapstraat was nummer 3 het Münchener bierhuis. De geschiedenis als garagebedrijf begint in 1904. De panden worden omgebouwd tot autofabriek!
Links de in 1912 door Immink gefabriceerde 'Chaumont' 

A.G. Immink heeft sinds 1896 een rijwielzaak en fietsenfabriek op Wittevrouwenstraat 5, maar hij heeft in 1903 al een eerste automobiel gekocht. Hij nam een 6pk Mors over van de familie Testas tot Oudwulven. Immink ziet wel brood in de reparatie en handel in automobielen. Een smederij in het pand Wittevrouwenstraat 5 is lastig, de buren maken bezwaar, de Militair Rechtbank. Immink verhuist naar dit pand:

Garage A.G. Immink in 1906 (HUA 41454)
Venster in de voorgevel
Eigenaar van het pand is NV Levensverzekeringsmaatschappij Utrecht. Voordat Immink er zijn fietsenfabriek, garage en metaalklopperij vestigt, heeft Asch van Wijck & Co. er een kantoor voor zijn 'Commissionairs in effecten’. De bovenwoning is verhuurd aan P. Grienuis, medewerker van “De Utrecht”.

Het pand is in 1904 nog vrijwel origineel uit 1709. Met een verbouwing mag Immink de benedenverdieping aanpassen voor een fietsfabriek en onderdelenwerkplaats. In de voorgevel komt een ruime pui met dubbele deuren en in de zijgevel een entree voor de werkplaats van onderdelen: de metaalklopperij. Die situatie voldoet al gauw niet. In 1907 vindt nieuwbouw plaats, het pand Ridderschapstraat 3 wordt vervangen door een smederij met werkplaats op de begane grond en op de 1e verdieping en de zolder twee vertrekken voor het emailleren en vernikkelen van onderdelen.

Ridderschapstraat 1, tijdschrift 'Auto' 1912
In 1911 verdwijnt een monument uit het rijtje van zeven aan de Wittevrouwenstraat: het hoekpand Ridderschapstraat wordt vervangen. De nieuwbouw sluit aan op het in 1907 herbouwde pand Ridderschapstraat 3. In de voorgevel is een bijzonder raampje opgenomen en zo wel meer details. Het laat geen twijfel bestaan over de functie van het gebouw. De smederij is verplaats naar de nieuwe kelder voor. In de werkplaats is ruimte voor het assembleren van koetswerken. Een luik in de vloer maakt het transporteren van een koetswerk naar de 1e verdieping mogelijk. Op die verdieping wordt de beplating aangebracht. Het monteren van de motor en andere afmontage vindt voorin de zaak plaats. De showroom is er niet voor automobielen. De showroom wordt gebruikt voor het uitstallen van eigen gemaakte onderdelen en de verkoop ervan, voor fietsen en automobielen. De vloeren worden maximaal gebruikt voor de fabricage en het werkplaats deel. Op de bovenste verdiepingen zijn magazijnen.

Vervaardigen van auto-koetswerken type Chaumont
De in 1870 in Utrecht geboren Immink blijft tot circa 1918 op dit adres. Hij is ook directeur van de Utrechtsche Auto-personen en -goederendienst. Extra stallingsruimte is nodig: Ridderschapstraat 4, het oude koetshuis aan de overzijde van de straat, wordt gehuurd voor een eigen ziekenwagen. Dat is door de Eerste Wereldoorlog allemaal afgelopen in 1918. Ook met zijn Favoriet fietsenfabriek op dit adres stopt het. Immink exploiteert nog een busmaatschappij, maar verhuist later naar Twente en begint in Hengelo de N.V. Metaalindustrie "Imco" in fietsonderdelen, o.a. trommelremmen. Meer over Immink staat op de site van Conam.

Nico de Bordes neemt de garage op dit adres over, hij breidt in 1920 uit met het pand Wittevrouwenstraat 26 en gebruikt ook Ridderschapstraat 4. Bordes houdt de naam “Garage voorheen Anton G. Immink”. Auto's worden er niet meer gemaakt, alleen gerepareerd, verhuurd en verkocht. In 1922 adverteert hij als de NV Utrechtse Auto Garage en ze presenteert met trots de nieuwe 6 cilinder Fiat type 519: De nieuwe 6 cilinder Fiat type 519 in 1922 Een andere activiteit wordt belangrijker: huur en verhuur van auto's, het is tot in de jaren '60 normaal.

.