Horeca zorgt voor bonje - hoekhuis Ridderschapstraat-Molenstraat


Bonje in de Ridderschapstraat. Enkele kelners hebben hun dienst er op zitten en komen per rijtuig aan bij het bierhuis om zelf de keel te gaan smeren. Rond het middernachtelijk sluitingsuur is er lawaai. Een dienstdoende agent krijgt het aan de stok met omstanders.



Het bierhuis zit op de hoek Ridderschapstraat - Molenstraat staat richting Wolvenplein. Het is van oorsprong een huis met daarnaast een kamer. In 1820 wordt het bewoond door familie van de eigenaar en delen worden verhuurd. Na de vestiging van een winkel en horeca raakt het pand in verval. In 1820 gaan Frederik Wesbeek en Maria Verbeek er wonen, net getrouwd. Zijn vader is eigenaar van het huis. Naast het huis staat in de Molenstraat een te verhuren kamer.
Het pand op de hoek Ridderschapstraat-Molenstraat - plattegrond uit 1832
Frederik is scheepstimmerman. Drie jaar later verkoopt zijn vader het huis aan Hendrik van Litsenburg. Litsenburg is volgens de aantekeningen in het kadaster ook scheepstimmerman. Maar Litsenburg heeft in Lauwerecht een scheepswerf en blijkt de werkgever van Frederik. De familie Wesbeek blijft op dit adres wonen. Het jaar 1832 is een tragisch jaar voor de familie. Frederik ligt al een tijdje in het militair hospitaal en overlijdt op 13 oktober. Weduwe Maria Wesbeek-Verbeek staat er met vier kinderen alleen voor. Zij begint een winkel en haar moeder komt inwonen. Het huis is officieel nog niet, maar qua gebruik wel onderverdeeld in een beneden- en bovenwoning. In 1840 woont er niet alleen het gezin Wesbeek. Inwonend zijn het kleine gezin van sergeant Laurens Duisdeijker en fusilleer Casper Karelboom en zijn vrouw. De werklocatie van de militairen is iets verderop, de Willemskazerne met de 9e en 10e afdeling Infanterie staat in de straat. Het gaat goed met de winkel en het onderverhuren, in 1842 koopt weduwe Maria Wesbeek-Verbeek het pand terug.

In 1856 wordt het pand een filiaal van nieuwe eigenaar broodbakker Johannes Heitz. Het pand blijft bewoond door drie gezinnen. In die tijd zijn huurperioden maar kort. Door veranderingen in werk of de mogelijkheid van een betere of goedkopere huurwoning wordt er snel verhuisd. David Johannes Oudegeest blijft op dit adres van 1854 tot 1888 met een winkel en daarbij een kleine horeca gelegenheid.
Summiere tekening van
het pand voor de sloop in 1933

In 1892 is Theodoor Strunck naar dit adres verhuist. Hij is de schoonvader van koffiehuishouder Monshouwer die tot 1894 de zaak op Ridderschapstraat 29 uitbaatte. Daar woonde hij enkele jaren. Strunck heeft een zekere reputatie. Zijn zuster Augusta Strunck gaat een tijdje naar Zutphen, waar zij als bordeelhoudster werkt. In 1897 vertrekt het echtpaar naar Groningen om daar ‘een koffiehuis met damesbediening’ te vestigen. In 1898 zit zij in Utrecht. De broer van Augusta (dat blijkt Theodoor Strunck) heeft in de Ridderschapstraat een clandestien bordeel. Zo verborgen is de clandestiene zaak niet. Strunck heeft met regelmaat ruzie met zogenaamde ‘middernachtzendelingen’, een soort Leger des Heils. Die willen ‘hoerenloperij’ voorkomen en verhinderen ‘s nachts klanten het bierhuis van Strunck naar binnen te gaan. Enkele keren komt het tot schermutselingen. Bij een confrontatie met de middernachtzendelingen stelt een kelnerin zich in het publiek voor als hoer. Allerlei onkiese woorden worden naar het hoofd van de middernachtzendelingen geslingerd. De straat raakt zo diep in de nacht opgeschrikt en er komt een politieagent bij.

Op 28 juni 1896 is om een andere reden bonje in de Ridderschapstraat. Enkele kelners hebben hun dienst er op zitten en komen per rijtuig aan bij het bierhuis om zelf de keel te gaan smeren. Na sluitingstijd om 12 uur 's nachts blijkt een kelner iets vergeten en wil dit met veel lawaai ophalen. Een dienstdoende agent doet pogingen de druktemaker te arresteren, maar krijgt te doen met te hulp schietende kelners. Een collega agent trekt zijn sabel. Twee belhamels worden gearresteerd. Nadat ze in de cel zijn ontnuchterd worden ze weer vrijgelaten.

Na de eeuwwisseling is het café verdwenen. Van 1905 tot 1910 is het een pension voor vrouwen. In 1911 wordt het pand gerenoveerd. Het gezin Stangenberger woont er van 1912 tot 1933, hij is metselaar. In 1932 is het pand volledig uitgewoond. Of er moet een grote renovatie uitgevoerd worden of het moet vervangen door nieuwbouw. Het wordt het laatste. De huur wordt opgezegd. Stangenberger verhuist naar de overkant van de straat Ridderschapstraat 22.

Ridderschapstraat 43 - foto Funda november 2016
Architect J. van Leeuwen heeft van toenmalig eigenaar de familie Bos de opdracht gekregen voor een nieuw pand. Het wordt een hoekpand met een beneden- en een bovenwoning. De benedenwoning moet ook drie slaapkamers krijgen. Met een eigen trappenhuis is een slaapkamer op de eerste en tweede verdieping te bereiken. De bouw vindt voortvarend plaats. Al in augustus 1934 wordt de eerste bewoner verwelkomd, het echtpaar Droogleeuw. De tijd van de horeca is definitief voorbij.

.