Al jaren ruimte voor woonboten aan de Wittevrouwenkade

Wonen aan het water is populair geworden. In de nieuwe wijk Leidsche Rijn worden zelfs waterwoningen gerealiseerd. Aan de Wittevrouwenkade ligt de enige overgebleven woonboot aan de stadszijde van de singel. 



Eeuwenlang is de noordoosthoek van de stad ligplaats voor arken en schepen. De Wittevrouwensingel dient als losplaats voor brandstoffen, het wordt de turfkade genoemd. Brandstoffenhandelaren hebben hun woonhuizen en opslagplaatsen aan deze singel. Aan de singel bij Hooghiemstra is de laad- en losplaats van foeragebedrijven te vinden. Voor het hooi en stro voor de vele stadspaarden en ander vee zoals voor de veemarkt is daar de hooikade. Zo zijn er op de noordoost- en de noordwestzijde van de singels van Utrecht handels- en overslaglocaties, op de hoek Catharijne- en Weerdsingel o.a. voor de koffie, thee en tabak van Douwe Egberts.

Vrachtschepen Wittevrouwenkade in 1908 (HUA 73965)
Ook andere waren komen via de kades de stad binnen. In juli 1924 lopen beurtschipper J.C. van G. en de schippersknecht J.K.J. van J. in de Wittevrouwenstraat, zij worden aangehouden. Op een kar vervoeren zij een 600 liter vat, waarvan zij zeggen de inhoud niet te kennen. Zij hebben het vat gelost aan de kade en transporteren het naar een hun opgegeven adres. Alleen bij het vat blijken niet de juiste papieren. Nadere inspectie wijst uit dat in het vat gedistilleerd zit. Het afleveradres is de Blinde Steeg met een pakhuis van een handel in spiritualiën (Staffhorst). De schipper wordt tot een boete van f 12.490,50 veroordeeld voor het ontduiken van de wet op de accijnzen. Zowel de leverancier als de beoogde afnemer van het vat blijven buiten schot.

Geleidelijk gaat het kleinere transport in het midden van de vorige eeuw van het water naar de weg. Ook de grootschaligheid van bedrijven zorgt voor verplaatsing naar de randen van de stad, zoals voor Hooghiemstra begin jaren zestig naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Het wonen op het water wordt populair. Lange tijd moest het, je schip was je broodwinning. Nu kiezen mensen er voor. Een aantal oorzaken zijn te noemen: door het verdwijnen van de bedrijvigheid komen oevers beschikbaar, werkloze vrachtschepen zijn voor een prikje te koop en de woningnood is hoog. In 1953 is bijvoorbeeld woonark ‘Lucky Chance’ te koop. Voor een prijs van f 8.500, voorzien van water, butagas, elektriciteit, radiodistributie, telefoon. De woonark heeft een huiskamer van 5 x 3,5 meter, voorts 2 slaapkamers, een keuken, een w.c., een kelder en veel bergruimte. Het riool komt net als veel huizen nog in het water uit. En zo zijn in die tijd zes woonschepen aan de Wittevrouwenkade afgemeerd.

Woonschepen in het ijs Wittevrouwenkade in 1950 (HUA 73999)
Door de hoge woningnood wonen er jonge gezinnen en schippers (echtparen) in ruste. In 1955 Janneke op woonark ‘Anco’ geboren, dochter van C. Lam en J. Prins. Ook woonark ‘De Snip’ krijgt gezinsuitbreiding. Dochter Clementine wordt geboren bij J.H. Scherer en C.H. Minkhorst. Vier jaar later ziet Ronald het levenslicht op de eerste woonark vanaf de brug ‘Vrij en Blij’, zoon van B. van Westerik en C.A. van Luijn. In datzelfde jaar komt mw. L. van Doorn-Hofmeester te overlijden, op een leeftijd van 77 jaar en wonend op woonark 'L’ Esperance'. Zij heeft haar hele leven op een schip gewoond, de familienaam Hofmeester indachtig. Naast woonadres zijn de schepen ook werkadres. Op woonschip ‘Eureka’ kun je in de jaren 1952 en 1953 terecht voor hand- en voetverzorging.

Tekening van woonschip 'Eureka' in 1962 aan de Wittevrouwenkade
In de jaren zestig worden de woonboten populair bij studentenechtparen. De woningnood is nog steeds hoog en zelfs voor verdienende echtparen niet bereikbaar. Voor samenwonende studenten is goedkope en grotere woningruimte nog schaarser. Samenwonen kan in onbewoonbaar verklaarde woningen, leegstaande panden zijn populair en voor enkelen is een woonschip beschikbaar. A. en G. van Eerten studeren beiden nog, en geven in 1962 bijles om in hun onderhoud te voorzien. Hun woonschip ligt tegenover Wittevrouwenkade 6. In 1965 trouwen H.J. Ritsema van Eck en W. Wits en hun woonplek is woonschip ‘Cafe Enfin’ tegenover de school. In 1967 wordt hun dochter Patricia geboren.

De meeste schepen liggen tot in de jaren tachtig ‘illegaal’. De ligplaatsen zijn niet erkend door de gemeente als officiële ligplaats. Toenemende wensen qua wooncomfort en aangescherpte regels maken het ook duurder om te wonen op het water. Veel ligplaatsen verdwijnen. De stad kiest voor andere plaatsen voor de woonboten. De singelrand van Utrecht roept een historisch beeld op. Parken in plaats van vestingwallen bekoren de mensen, boten en schepen niet, zelfs niet aan de Wittevrouwenkade. Nu is de gehele singelrand aan de binnenstadzijde botenvrij. Alleen op één plaats niet, aan de Wittevrouwenkade ligt nog die ene woonboot (het bovenste plaatje).

Meer historie aan de Wittevrouwenkade is er te vinden, zoals bijvoorbeeld het schoolgebouw van de OPDC.

.