De historie leert: gelijke capaciteiten voor iedereen

Allerlei zaken vallen op in de geschiedenis van deze buurt. Om maar te noemen: omvangrijke huishoudens, het kindertal groot, zakelijke beslommeringen aan huis, vroegtijdig overlijden en vrouwelijk bestuur. De emancipatie van vrouwen komt pas laat op gang en dat is niet door het ontbreken van capaciteiten.

Eerst een vroeg voorbeeld: mevrouw De Milan-del Corne runt naast haar gezin een familiebank. Haar man is overleden en zij staat er alleen voor met haar 45 jaar en een puberende zoon en dochter. Zij is geboren in Vlissingen en trouwde in 1613 met Daniël de Milan, houder van de bank van lening in Utrecht. Het bankiersvak hebben beiden binnen hun familie meegekregen. De bank van lening zit in het Pandhuis aan de Zwaansteeg, op veilige afstand van het woonhuis. Het familiekapitaal weet ze goed te beheren en te vergroten. De kinderen nemen de bank in 1663 over. Zij overlijdt in 1674 in haar huis op Plompetorengracht 11.

Reconstructie van Plompetorengracht 11 tot 1870, naast het linkerdeel
ook het rechterdeel - toen opgegaan in Plompetorengracht 9
In de 19e eeuw rolt Henriëtte Swellengrebel in een leidinggevende positie. Met vriendinnen wordt een voorloper van de moderne medische zorg gestart. Het initiatief doet een groot beroep op haar kwaliteiten. Ondanks haar adellijke afkomst schroomt ze niet haar handen uit de mouwen te steken om haar medemens te helpen. Startend als hulpverpleegster wordt zij de eerste directrice van het Diaconessenhuis in Utrecht en zal deze functie van 1832 tot 1874 vervullen. Met haar management vaardigheden, een zachte aanpak met koersvaste richting, haar geloof en de overtuiging voor een betere gezondheidszorg staat ze model voor haar generatie. Ook haar woonadres is Plompetorengracht 11.
Houthandel Jongeneel aan de Zeedijk
In 1799 kopen Pieter Jongeneel en zijn vrouw Catharina Christina Keller Plompetorengracht 13. Pieter is notaris en procureur aan het Hof. Ze krijgen samen 8 kinderen, waarvan 5 kinderen ouder worden en allen een behoorlijke opleiding krijgen. In 1806 komt hun bestaan op de kop te staan. De vader van Pieter is met zijn houthandel in financiële problemen gekomen en hij gaat hem helpen. De hulp gaat zo ver dat de notarispraktijk vaarwel wordt gezegd en hij zich helemaal op de houthandel stort.

Plompetorengracht 13, een foto van AJ van der Wal uit 1987
Als Pieter in 1817, op 47-jarige leeftijd komt te overlijden blijft de weduwe Jongeneel-Keller met jonge kinderen achter. Ze zit niet bij de pakken neer. Als houtkoperes neemt zij de zaken waar. Ze verhuizen wel, waarschijnlijk dichter naar de handel in een huis achter de Weerd, maar het huis blijft in bezit van de familie. De houthandel is pas in 1837 (formeel) overgedragen aan de twee zoons, Petrus Marinus en Jan. Houthandel voorheen P.M. en J. Jongeneel behoort nog steeds tot de grootsten in het land.

.