Opbouw defensie na 1815: Willemskazerne in Utrecht

Er stond een grote kazerne in het centrum van de stad. Twee gebouwen zijn gespaard gebleven, waar staan ze?
Geweer circa midden 19e eeuw

Tot 1793 bestaat de verdediging van het land uit schutterijen in de steden en dorpen en een leger. De schutterijen uit burgers van de plaats zijn 'vrijwilligers'. Het leger verdedigt onze landsgrenzen in de al sinds de Middeleeuwen aangelegde garnizoensplaatsen. We kennen ze wel: Bourtange, Nieuweschans, Coevorden, Geertruidenberg, Klundert, Bergen op Zoom, Philippine en natuurlijk allerlei andere belangrijke plaatsen zoals bij ons in de buurt Woerden, Naarden en onze stad.
De verdediging van het land wordt betaald door de bijdragende provinciën en elk daarvan heeft eigen garnizoensplaatsen in haar provincie en heeft plaatsen toegewezen gekregen langs de landsgrenzen. De regimenten staan onder directe leiding van krijgsheren. Het krijgsheerschap is een erebaan, alleen leden uit adellijke- en patriciërsfamilies komen er voor in aanmerking. Als een soort onderaannemers krijgen zij betaald voor de officieren, de trompetters en de mannen die ze voor de krijgsdienst in dienst hebben, inclusief de paarden, wapentuig, keukenwagens, dagelijkse foerage, bier en proviand etc.

Slag bij Waterloo 1815 met een bataljon van luitenant kolonel Van Grunebosch,
hij is van 1850 tot zijn overlijden 1865 bewoner van Wittevrouwenstraat 22/24 
Dat systeem gaat in de Bataafse Revolutie failliet. Nederland wordt na het vertrek van Napoleon bestuurd door Koning Willem I. Het is mooi dat de Fransen een grondwet hebben achtergelaten waarin de macht van de provincies is beknot. De nieuwe elite heeft schoon genoeg van het democratische, republikeinse gedoe en Nederland is sinds 1815 een Koninkrijk. Het land is in het landelijk bestuur voortaan één geheel, de provinciën zingen een toontje op een lagere tree. Hoogste orgaan is de Staten - Generaal en ze bestaat uit gekozen leden die niet hoeven te luisteren naar de provincies. Ze hoeven dat toch al niet, want onder Koning Willem I hebben ze voorlopig weinig te vertellen, dat is ook prettig in de grondwet geregeld. Ofwel, het blijft zoals de Fransen het hebben nagelaten.

Al in 1813 wordt bij Koninklijk Besluit de landwacht opgericht voor de lokale verdediging. De stad Utrecht blaast de schutterij nieuw leven in. Vooral de lokale adel voelt zich aangesproken om de officiersfuncties te vervullen. In 1815 valt deze landsverdediging onder de Wet op de Schutterij.
Voor de landelijke verdediging komt er het Departement van Oorlog. Nederland krijgt, rustig aan, dat duurt even, een centraal geleid leger. De dienstplicht is ingevoerd, opleiding en training is een continu bedrijf, grote plaatsen voor militairen zijn nodig: kazernes en wat er bij hoort. Het nieuwe militaire bedrijf is in de omgeving van Utrecht bezig met de uitbreiding van de waterlinie. Vele forten komen er om onze stad met de inundatiewerken.
Centrale kazernes lijken geschikt: het leger kan snel in stelling gebracht worden. In Utrecht verrijst een nieuwe kazerne op de locatie van het Athlone huis en wordt bij opening naar Koning Willem 1 genoemd, de Willemskazerne. Op het volgende kaartje van het kadaster uit 1831 is de plattegrond ingetekend:

Oppervlak (groen) van de Willemskazerne 
tussen de Wittevrouwenkade en de Ridderschapstraat
De Willemskazerne heeft een speciale functie, naast afdelingen voor infanterie wordt er het Bataljon Mineurs en Sappeurs van het Wapen van de Genie ondergebracht. Later ontstaat daaruit de Verbindingsdienst.

In Utrecht zijn al diverse plaatsen voor militairen, onder andere aan de Singel bij de Wittevrouwenpoort en de Ridderschapstraat. De Fransen hebben tijdens hun verblijf het pand van Van Reede in gebruik genomen voor militaire doeleinden en dit is zo gebleven. Het pand en de stallen zijn echter volledig uitgewoond, het terrein blijkt wel geschikt. De hof is groot en nog te vergroten met een stuk van de wallen als de stadsmuur gesloopt is. Ook het andere in de buurt staande militaire bouwwerk is compleet aan vervanging toe: de Plompetoren. Het besluit is in 1809 al genomen: de panden van Van Reede aan de Ridderschapstraat zijn al in de Franse tijd aangekocht. Een flinke lap is beschikbaar.

Het duurt tot 1829 voordat een nieuwe onderkomen voor de militairen opgeleverd kan worden, de eerste steen is in 1824 gelegd. Het is de eerste kazerne in Nederland, de Willemskazerne. Met de verdedigende rug staat het gekeerd naar de Singel, links en rechts een grote zijvleugel, toch nog als een soort gesloten muur en één front vormend met het bolwerk Wolvenburg en de Wittevrouwenpoort. De appelplaats is aan de singel, voor grotere exercities is het Janskerkhof dichtbij. Aan de zijde van de Ridderschapstraat is de entree naar de binnenhof met opslagplaatsen voor wapentuig en spullen voor de mineurs en sappeurs. Een kleinere entree is aan de Wittevrouwenstraat via de oude Kloostersteeg.

De kazerne op een prent van R. Craeyvanger (HUA 38258) uit 1825-1840
Buurtbewoner Leonard Bosch woont op de Plompetorengracht, hij is krantenmaker en schrijft in 1829 een stuk over de kazerne in het tijdschrift van N. van der Monde. Op stadskosten is in 1824 het hoofdgebouw en daarna de zijvleugels aanbesteed, het zal meer dan f 300.000 gulden gaan kosten. De kazerne heeft twaalf grote zalen voor 80 man elk, en acht kleiner. Er kan een legertje van zo’n 1200 man gehuisvest worden en bij mobilisatie van de troepen zou het dubbele er ondergebracht kunnen worden, onder deze link overigens meer daarover. De cavalerie en paarden staan gestald in de Nicolai kazerne.

Met de komst van de kazerne zijn in de buurt de veranderingen al gauw merkbaar. Een ware economische impuls vindt plaats door het kazernevolk. Pieter van den Hoet vergroot de tapperij op Ridderschapstraat 33 en kleedt zijn grote tuin aan, die loopt tot de oude wal, met prieeltjes voor elkaar ontmoetende paartjes. In zijn huis is ruimte voor inwonende sergeant majoor Arnold van Nistelrooij met zijn vrouw Jos. Ook op de hoek met de Molenstraat wordt ingewoond door de sergeant 10e afdeling Infanterie Laurens Duisdecker en zijn gezin, en fuselier 9e afdeling Infanterie Casper Karelboom. Luitenant kolonel ingenieur Jaap Polder woont op Ridderschapstraat 3. En zo zijn er op dat moment verspreid in het kwartier meer militaire gezinnen te vinden. Het aantal kamerwoningen voor gezinnen in de kazerne is beperkt. Andere economische impulsen: als er iemand gewond raakt zijn er in de Wittevrouwenstraat 2 apothekers gevestigd, ook wel artsenijmengers genoemd. Zadelmaker, schoenmakers, kleermakers, geweermakers, grutters en niet te vergeten de tapperij en de slijter: om de hoek zijn ze u ten dienste. Het aantal smeden neemt snel toe in de buurt. De genie besteed mogelijk werk uit in de directe omgeving van de kazerne.

Het complete Ridderschapkwartier met daarin de kazerne
Het onvoorziene gebeurt, de vijand komt uit onverwachte hoek. In de grutterij van Hendricus Pompe op  Wittevrouwenstraat 36 is brand uitgebroken. Het leger is niet in staat deze vijand te bestrijden. Het slaat over naar de kazerne en deze brand tot de grond toe af. In 1877 resteert een ruïne:

Het geblakerde karkas van de kazerne na de brand 
met links en rechts de gespaarde panden
De brand is een ramp en een zegen tegelijk. Er wordt verteld dat de kazerne enorm veel last van ongedierte had. Ook het bataljon mineurs en sappeurs was er later 'gelukkig' mee. Overste Van den Berg, ten tijde van de brand nog kapitein: "nog jarenlang konden we vermiste goederen, van welke aard dan ook, in de boeken verantwoorden als 'verloren bij de brand van de Willemskazerne'. Dit stopte toen van hogerhand een schrijven uitgevaardigd werd, met een verbod de brand als oorzaak van vermissingen te vermelden".

Dat was het leven van een kazerne: de Willemskazerne in Utrecht. De fundering van de kazerne bleek bij recente graafwerkzaamheden voor de stadsverwarming nog onder de bestrating van de Wittevrouwenkade aanwezig, net als de fundering van toren Hond.
In dit deel van de stad is de militaire aanwezigheid nooit meer zo sterk geweest dan in die periode van de 19e eeuw, de lokale schutterij van het vendel Bloedkuyl zou er bij verbleken. Ga met de links naar de Ridderschapstraat en de Wittevrouwenkade om te zien wat er op de locaties van de Willemskazerne is gebouwd.

.