Utrechtse stadsmuren en torens: de noordoost hoek


Het Ridderschapkwartier vormt de noordoost hoek van de Stad. Eén van de vier toegangen tot de stad is er te vinden: de Wittevrouwenpoort. In de 16e eeuw breken roerige tijden aan. Tot ver in de 19e eeuw is bescherming van de stad nodig. Waaruit bestond deze en hoe zat dat bij het kwartier?


In 1122 krijgt Utrecht haar stadsrechten en legt een stadswal aan met buitengracht. Regelmatig wordt de stadsbuitengracht uitgediept en om het de vijand moeilijker te maken verrijst er een stadsmuur van zo’n 80 cm tot 1,5 m dikte en vier tot vijf meter hoog: de schildmuur. Aan de binnenkant van de muur loopt de Meente, ook wel de gemene weg genoemd, een openbaar pad langs de muur.

Vanaf de late middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw kent de stad verschillende periodes van botsingen en verschuivingen tussen en binnen verschillende machten. De afkeer van de kerk speelt een rol, de reformatie naar een ander geloof, bestuurlijke twisten over wie het voor het zeggen heeft en de bezetting van ons land door de Duits - Spaanse Koning en zelfs door de Fransen.

De burgers worden geleidelijk actief bij het bestuur van de stad betrokken, en daar horen ook verantwoordelijkheden bij. De gilden verdedigen elk een buurt en het daarbij horende deel van de stadsmuur. De marslieden en boterlieden verdedigen het Ridderschapkwartier. Of de verdediging van de lieden boterzacht was, daar wordt niet over gerept. De Marsliedentoren is de verblijfplaats van de onderschout en zijn dienaren. Tevens was de toren gevangenis: een Dieventoren. Door zijn uiterlijk wordt ze ook wel Plompetoren genoemd.

Het Ridderschapkwartier circa 1660
In de 16e eeuw wordt onder het bewind van Karel V de stad voorzien van kasteel Vredenburg en steviger stadsmuren met muurtorens. De Wittevrouwenpoort wordt versterkt en de muren van het Ridderschapkwartier krijgen 3 torens: Hond, Wolf en Vos.

In de periode van de 80-jarige oorlog wordt druk doorgebouwd en de productie van wapentuig komt in een hogere versnelling, zie het artikel over de Utrechtse busgieters. De Staat - de Republiek der 7 Provinciën - is bij de tijd als het gaat om moderne gevechtstechnieken en verdedigingswerken. Zij hebben het bestuur van het land van Karel V 'overgenomen' en naar inzichten van de Italiaanse krijgskunst worden in Utrecht het aantal bolwerken uitgebreid. Het bolwerk Wolvenburg krijgt rond 1580 haar aarden vorm en wordt als een eiland op de hoek van de stad in de singel aangelegd.

De stadsmuur met links toren Wolf, toren Vos en de Plompetoren
Torens Wolf, Vos en Plompetoren staan op deze enigszins vertekende prent uit 1792 van Hendrik Spilman naar een tekening van Jan de Beijer uit 1744. De torens zijn in werkelijkheid wat kleiner, op deze tekening komen ze wat imposanter over. Ook zijn de muren al lang ingepakt in wallen van grond, maar dat lijkt minder mooi.

Na de 80-jarige oorlog zorgt een relatief rustige periode voor grote bloei, maar ook voor onachtzaamheid. Vijandelijkheden van admiraal de Ruyter met de zeemacht van Engeland en gedoe met Lodewijk XIV van Frankrijk over haar expansiedrift leiden tot irritatie en vergeldingsoorlogen. Dat gebeurt nog voornamelijk op de zeeën. Ondertussen worden we rijker en krijgen een hekel aan belasting betalen. Ook in die tijd gaat dat al samen. Zonder geld in de staatskas kan geen groot leger met vestingsteden onderhouden worden. Utrecht wordt in het rampjaar 1672 bezet door de Franse troepen. De stad heeft zich zelfs nauwelijks verdedigt. Hoe kan ze het ook, het leger is te klein en in ongeoefende staat, de stadsmuren zijn afgebrokkeld en met mos begroeid. De Fransen krijgen al ruim voor het naderen van de stadspoorten de sleutels van de stad overhandigd, inclusief een gevulde schatkist! Hoe overleeft Utrecht dit?

Een goede aanzet voor dit artikel stond in: De Ideale Buurt, een brochure uit 1988 gemaakt op basis van de scriptie van Jurgen van der Meer over De Breedstraatbuurt.

.